![]() |
|||||||
|
Navigatie de voorplecht Dankbaar
Uitgelogd
Huishoudelijk
5 oktober 2005 |
De Daghap Zaterdag, 19 Mei 2012
Erg visueel is hij niet. Zijn gedachten bestaan uit
woorden, onafgewerkte zinnen en verwarde gevoelens die dit kluwen begeleiden.
Centraal staat de mislukking, het falen. Hij vloekt als hij zichzelf erop
betrapt en tracht het tij te keren. Een sterk staaltje van
hersenkronkel-worstelen geeft hij daar ten beste. Even later hersenkronkelt hij
zichzelf tot een beest op de dansvloer, omringd door halfnaakte meisjes die
smachtend naar hem kijken. Grinnikend klopt hij op zijn stuur. Zo is het beter.
Mijn eigen ergste vijand. Wie wint er dan, uiteindelijk? Hij vertraagt aan het
kruispunt en ontwijkt nog net een vrouw die vol op de remmen gaat. Vrouwen
kunnen niet fietsen. Ze kunnen ook niet met de auto rijden. Nee, zelfs te voet
zou een vrouw zich niet in het verkeer mogen begeven, voor hun eigen veiligheid
en die van andere weggebruikers. Zou daar een biologische oorzaak voor zijn?
Dat moet wel, want een toeval kan het niet wezen. Hoeveel vrouwen heeft hij al
zien knoeien op de fiets? Met de auto? Te voet? Bijna iedere vrouw die hij ooit
is gepasseerd. Ze kunnen niet manoeuvreren, niet accelereren en ze schatten
verkeerssituaties verkeerd in - te voorzichtig, te bruusk, onlogisch. Maar hij
is vergevingsgezind deze avond. Hij vloekt niet, hij schudt slechts meewarig het
hoofd en rijdt de vrouw die twee meter voor het kruispunt volledig tot
stilstand is gekomen – beide voeten op de grond, dat doen ze altijd - glimlachend
voorbij. Er komt een auto van links. De chauffeur heeft Horst gezien en
vertraagt. Horst spant de beenspieren terug op en snelt de weg over. Hij hoort
hoe de auto achter hem optrekt. Nieuwsgierig kijkt hij nog eens achterom, naar
de vrouw, en hij ziet dat ze aan het kruispunt staat te wachten tot een auto
voor haar zal stoppen.
Bijna thuis. Alle Turken zitten op straat, alsof ze
de roep van de lente gehoord hebben. Het zijn natuurlijk niet allemaal Turken,
maar Horst noemt ze zo uit gemak. Lichtbruin en werkschuw, dat zijn ze bijna
allemaal hier. Wat hij er van moet denken, daar raakt hij maar niet uit. Een
racist is hij allerminst, daar is hij veel te rationeel voor. Hij heeft een
hekel aan alle mensen, maar aan dat soort toch het meest. En dat soort heb je
natuurlijk in alle kleuren maten en gewichten, maar hier zijn ze voornamelijk
lichtbruin. Als ze dan ook nog eens met Allah dwepen, dan gaat zijn bloed al
bijna koken. God wat haat hij religie. Waarom moet dat toch, die onzin? Had hij
maar een kracht, iets magisch, zoals in Heroes. Of een wapen zoals in Star
Trek, een faser. ’s Nachts, als hij in zijn bed ligt en er komt weer zo’n
rijdende discobar voorbij, dan hangt zijn alter ego uit het raam met de faser
in de aanslag. Een druk op de knop, en die auto verdwijnt in het niets, zijn
passagier incluis. En als er ’s nachts iemand zijn bek durft open te trekken
dan schiet hij er op los met de faser op stun. Stun ja, verdoven, want zo
moordzuchtig is hij nu ook weer niet. Och, soms droomt hij er ook van om
iedereen te verdoven, om de tijd volledig stil te laten staan. Dan zou hij
kunnen genieten van de rust en van de mooie meisjes die hij ongestoord onder de
rokken zou kunnen tasten. Dat is zijn ultieme seksuele fantasie. Een prachtidee
voor een pornofilm. Misschien moet hij het idee maar eens doormailen naar
Dennis Black Magic. Of zit die nog altijd in de bak? door Vincent Nemo [ link ] drie bijdragen
Woensdag, 16 Mei 2012
De oude Horst zit in zijn trouwe leunstoel en mijmert wat voor zich uit. Bijvoorbeeld over het feit dat naarmate de tijd verstrijkt er steeds minder toekomst overblijft, en dat die toekomst bovendien gaandeweg een steeds minder rooskleurig karakter krijgt. En dat hij in een tijd leeft dat deze - toch overduidelijke - waarheid niet eens meer hardop mag worden uitgesproken. Als het de zusters ter ore kwam zouden ze waarschijnlijk direkt de huisarts bellen met het verzoek hem antidepressiva voor te schrijven, want tegenwoordig schenen uitsluitend positieve geluiden te zijn toegestaan. Kom, kom, meneer Horst! Kop op! Morgen is er weer een dag! Ja, zeg dat wel. Morgen is er weer een dag. Alwéér een.. En net als de dag van vandaag en gisteren zou hij 24 uur duren; 24 uren die hij stuk voor stuk en in strikt chronologische volgorde zou moeten doorworstelen. En als hij nou nog een beetje uit de weg kon, maar de pijn in z'n knieën en rug beperkt z'n bewegingsvrijheid in ernstige mate, meer dan wat moeizaam rondstrompelen zit er niet in. Als jongetje van tien had hij al last gehad van die rug en die knieën, maar volgens de dokter zou dat er 'binnenkort' wel uitgroeien. Niets aan de hand dus: Kop op, Horst! Niettemin duurde dat 'binnenkort' nu al zo'n 65 jaar.. Hij zit dus vrijwel altijd binnen op zijn kamer, maar wat moet je daar doen? Hij kijkt vaak tv. En leest alles wat los en vast zit. Sinds enige tijd heeft hij via de email een abonnement op 'Het weetje van de dag'. Zo is hij vandaag te weten gekomen dat uit een onderzoek is gebleken dat 11 procent van de Britse mannen tijdens het strijken aan sex denkt. Elf procent. Tijdens het strijken. Zo stak je nog eens wat op. Of hij zelf tijdens het strijken wel eens aan sex heeft gedacht zou hij niet kunnen zeggen. Had hij eigenlijk ooit iets gestreken? Dat moest haast wel, maar hij kon het zich niet herinneren. Maar over sex gesproken: middenin de tsunami van afnemende levensfuncties had zijn libido zich merkwaardig goed staande weten te houden. Goed, ook dat was wel wat minder geworden, maar hij trok toch nog gemiddeld twee keer per week z'n feestbroek aan. De feestbroek: een onderbroek - altijd zwart, want dan zag je geen strepen - waarin hij aan de voorkant in het midden een rond gat had geknipt waar zijn penis precies doorheen kon. Want dat was comfortabeler tijdens het masturberen. door Spencer Brandsen [ link ] 21 bijdragen
Zaterdag, 12 Mei 2012
Aan de gangdeur blijft hij even met ingehouden adem
staan, zich concentrerend op geluiden op de gang. In de verte hoort hij de
boenmachine draaien. De kuisploeg is aan het werk. Verder is het stil. Wellicht
is hij, buiten de poetsvrouwen, het enige personeelslid in het gebouw. Hij
opent de deur en sluipt de gang op. De vuilzak ruist tegen zijn been. Op het
einde van de gang houdt hij zijn badge tegen de prikklok en wacht op het
beepsignaal. Beep! Met een zwier gooit hij de buitendeur open en hij verwelkomt
de vrijheid met een glimlach waarbij hij met een diepe haal de buitenlucht
opsnuift. Het vuilzakje laat hij nonchalant in de afvalcontainer vallen. Aan de
fietsenstalling tikt hij de code van het automatische slot in. Hij hoort hoe
het mechanisme open schuift en trekt de lichte getraliede deur open. Daar staat
zijn zwarte fiets, eenzaam en verlaten. Hij klopt eens op het zadel, bij wijze
van begroeting. De fiets is nog tamelijk nieuw, ongeveer een half jaar oud.
Zijn relatie tot de fiets is eerder ambigue. Enerzijds is hij blij een nieuwe
fiets te hebben, maar hun prille relatie liep niet over rozen. Toen hij de
fiets nog maar een week of drie in zijn bezit had en hij de snelbinder los wou
maken, sprong het onding met volle kracht in zijn rechteroog. De herinnering
spookt nog altijd levendig door zijn hoofd, hij wrijft werktuiglijk over het
gekwelde oog dat nog regelmatig pijn doet. Voor hetzelfde geld was hij zijn oog
kwijt geweest. Twee weken is hij nagenoeg blind geweest. De oogarts zei dat hij
veel geluk heeft gehad.
Stel je voor dat hij een oog kwijt was. Gehandicapt.
Wat zou hij dan doen? Hoe zou hij zich dan voelen? Als het leven een videospel
was, dan zou hij in dit geval het spel herstarten. Eventueel verder gaan op een
eerder opgeslagen niveau. Maar gehandicapt zou hij het spel zeker niet verder
spelen. Het leven is geen spel. En toch. Hij zou alleszins overwegen om er mee
te stoppen. Zelfmoord? Nee, daar is hij het type niet voor. Te laf. Het leven
stopt vanzelf ook wel eens. De hand aan zichzelf slaan, dat is te ingrijpend.
Hij is er niet de mens naar om in te grijpen. Hij laat gebeuren, kijkt het aan.
Het fietsslot schiet met een schelle slag open. De banden knarsen door de
kiezelsteentjes terwijl hij zijn fiets naar buiten manoeuvreert. Niet nodig om
de dynamo in te drukken. De lente komt er aan, de dagen worden langer. Je ziet
de avond vallen, maar er is nog licht genoeg. Hij zet zijn linker been op het
pedaal en duwt zich af. Gezapig bolt hij het smalle pad af, de weg over, het fietspad
op dat hem naar huis zal leiden. Zijn tempo ligt veel lager dan deze ochtend.
Omwille van vergetelheid, het is geen luiheid. In gedachten verzonken trapt hij
werktuiglijk. Geen geraas, geen gevloek. De andere weggebruikers merkt hij
nauwelijks op. De blik star vooruit, gedachten volledig in beslag genomen door
wat er vanavond te gebeuren staat. door Vincent Nemo [ link ] tien bijdragen
Zaterdag, 5 Mei 2012
Heeft ieder mens zo'n leegte in het hoofd? Er komen
wel gedachten bij hem op, en ergens moeten zich ook de woorden vormen die hij
uitspreekt of neerschrijft. Maar toch lijkt zijn hoofd bovenal een erg stille en
lege plek.
Hij meldt zich af en schakelt de computer uit. Het
keyboard haalt hij van de radiator en hij zet het terug op zijn bureau. Stel
dat het smelten gaat, dan heeft hij maandag weer wat voor. Maandag lijkt erg
ver op dit moment. Een ander leven. Blijven we dezelfde mensen of worden we
elke ochtend als een ander mens wakker? Is ons 'ik' blijvend of vluchtig als
een gevoel? Misschien zijn we slechts herinneringen aan onszelf. Maandag zal ik
terugdenken aan mijn ik van vandaag en dan zal ik meewarig het hoofd schudden.
Meewarig ja, want dan zal ik weten hoe beroerd de veroveringstocht verlopen is.
Of ik er überhaupt wel ben geraakt. Maandag ben ik iemand anders dan dat ik
vandaag ben. Hij voelt zich een beetje onwezenlijk worden. Gedachten verzetten.
Waar zijn we mee bezig? Juist: afsluiten, opruimen. Die vuile handdoek moet
mee! De vuilzak dichtknopen en buiten in de container gooien. Bah, die ruikt
naar zaad. Kokhalzend draait hij de vuilzak dicht en maakt er een knoop in. Jas
aan, sjaal rond de hals, rugzak op de rug, toegangsbadge klaar houden. Nu is
het aftellen. Nog één minuut en vijfentwintig seconden. Langzaam wandelt hij
naar de deur. Een laatste keer groet hij de manschappen. Ze staan er tijdloos
bij. Hen maakt het niet uit of het nu vrijdag is of maandag. At ease guys, at
ease. Hij knipt het licht uit en stapt zonder omkijken de trap op. door Vincent Nemo [ link ] 40 bijdragen
Zaterdag, 28 April 2012
Horst de tiener is met z'n ouders op vakantie,
ditmaal in Italië. Voor Horst had het ook deze keer niet gehoeven, dat enorme
eind rijden naar een plek waar netzomin iets te beleven viel als thuis. Of waar
dan ook. Het kwam gewoon weer neer op je vervelen, alleen ergens anders. Wat
deed het er toe waar je je boeken en strips las, of op welke plee je je
afrukte? Ook het tijdstip van de vakantie riep vragen op. Het hele jaar door
klaagden z'n ouders steen en been over het belabberde klimaat, maar als het dan
eindelijk eens mooi weer werd wisten ze niet hoe gauw ze zich naar het Zuiden
moesten reppen om daar op een grasveldje hun tent op te zetten. Waarom zo'n
eind weg, kon dat niet gewoon in de achtertuin? Lekker in je eigen bed slapen
en je hoefde 's nachts niet met een rol toiletpapier in je hand naar het
stinkende campingtoilet waar je het risico liep onbekende mensen tegen het lijf
te lopen. Horst had weinig op met onbekende mensen. Bij daglicht al niet en
zeker niet als het donker was. Daar kwam nog bij dat de camping niet overdekt
was, dus als het regende werd je nat. Het toiletpapier ook, waardoor je de kans
liep dat je vingers er dwars doorheen schoten, recht je hol in. Wie zat daar op
te wachten? Horst is enige tientallen meters de zee ingelopen, maar het kristalheldere water is nog steeds maar
dertig centimeter diep. Dat bevalt hem wel, want dan kunnen er nooit haaien van
levensbedreigende omvang in rondzwemmen. Het risico in zee door een haai te
worden gedood is weliswaar maar 1 op 264.000.000, maar daar heb je weinig aan
als je net die ene bent. Plotseling voelt hij iets kriebelen aan z'n voeten.
Geschrokken kijkt hij omlaag en ziet tientallen, nee honderden krabbetjes onder
het zand tevoorschijn schieten, het krioelt er ineens van. De angst jaagt een forse
stoot adrenaline in zijn bloedbaan en als door een raketmotor aangedreven spurt
hij in de richting van het veilige strand waar hij zich hijgend naast z'n
ouders op een handdoek laat vallen. In gedachten vervloekt hij de krabbetjes.
Wat een gemeen ongedierte om zich zo lafhartig onder het zand te verstoppen. Ze
konden werkelijk overál zitten, dus de zee ging hij niet meer in. Een eindje
verderop laat een Duitse jongen van ongeveer zijn eigen leeftijd trots de forse
inktvis zien die hij met een harpoengeweer doorboord heeft. Vol walging kijkt
Horst toe. Wat een smerig beest. En wat een uitslover. Zie hem daar staan met
z'n machospierballen. De Man als Jager. Op de markt om de hoek zijn de
inktvissen bijna gratis te verkrijgen, dus waarom zou je ze zelf gaan vangen?
Maar de ouders zijn maar wat fier op hun blonde en gespierde nazi met z'n
wasbordbuikje. Hij doet denken aan die blauwogige Übermensch uit de film
Cabaret. Als hij zometeen maar niet 'Tomorrow belongs to me' gaat zingen.. Dan
hoort hij z'n moeder vragen: Zeg Horst, is dat niet iets voor jou, dat
harpoenvissen? door Spencer Brandsen [ link ] zestien bijdragen
Vrijdag, 20 April 2012
Zijn zakdoek is smerig omdat hij er zich na zijn
klimavontuur de handen mee heeft afgeveegd. Die kan hij niet gebruiken. Het
snot kriebelt aan zijn neus en hij weet er geen blijf mee. De wielrennermethode
dan maar? Er zit niets anders op. Hij houdt één neusgat dicht en blaast dan met
volle kracht het ander neusgat leeg. Meer snot pletst op de stoffige vloer.
Vervolgens doet hij hetzelfde met het tweede neusgat. Het kriebelen verdwijnt
maar zijn neus blijft hinderlijk vochtig. Hij herinnert zich dat in zijn rugzak
nog een pakje papieren zakdoekjes zit. Dat heeft hij altijd bij voor het geval
hij plots dringend zou moeten kakken en er geen toiletpapier aanwezig is. Bij
de papieren zakdoekjes zit trouwens ook een stripje imodium. Een goede
voorbereiding is het halve werk. Traag komt de eenzame jogger weer in beweging.
Hij loopt rond de archiefkasten en draait terug zijn bureautje binnen. Eerst
spoelt hij zijn handen eens af onder de kraan. Het nat veegt hij af aan zijn
broek. Dan opent hij het grijsmetalen kastje waarin zijn rugzak staat en hij
vist het pakje zakdoekjes eruit. Hoeveel deugd zo’n simpel papiertje toch kan
doen. Met een gelukzalige glimlach wrijft hij zijn neus schoon. Hij peutert ook
nog eens in de neusgaten om het kleinood optimaal te benutten.
De laatste loodjes wegen het zwaarst. De laatste
minuten duren het langst. Met de handen in de rug staart hij door het hoge
raam. Zijn rug doet pijn. Met heimwee denkt hij aan zijn ergonomische
bureaustoel. De tijd vóór de zondeval, voordat het reetzweet van de collega in
het zachte stof getrokken was. Maandag product meebrengen. Thuis zoeken op het
net: reinigen van met reetzweet doordrenkte bureaustoel. Krachtig product. Geen
restje van collega mag overblijven. De gruwel moet compleet worden uitgewist. Vanavond
niet meer. Vanavond naar de fuif. Man met baard. Vincent van Gogh. Een meisje
aan de haak slaan. Een vrouw eventueel. Hoe jonger hoe liever. Desnoods ouder.
Met zijn baard schrikt hij die jonge meisjes vast af. Verdomme, daar had hij
niet aan gedacht. Te laat nu om nog van personage te veranderen. Wie zou hij
anders wel kunnen zijn? Hoe heerlijk moet het zijn om zo’n fris jong meisje van
negentien mee naar huis te kunnen nemen. Stevige borstjes die hij kan kneden
met beide handen, en oh, zo’n lief jong poesje. Kaalgeschoren heeft hij het
niet graag, er moet haar op staan. Niet te veel natuurlijk, het roze moet nog
zichtbaar zijn. Wat zou hij haar strelen, en kussen, en likken. Och, wie houdt
hij voor de gek. Als hij al een meisje mee naar huis neemt, dan is het vast een
dikke, of een lelijke, of een lelijke dikke. Misnoegd laat hij het hoofd zakken. door Vincent Nemo [ link ] dertien bijdragen
Zaterdag, 14 April 2012
Daar zit hij in zijn kelder, op vier gedeukte en
gescheurde archiefdozen. Hij zit met zijn ogen dicht en zijn handen met de
palmen naar boven op beide knieën. Wat doet hij? Hij mediteert. Dat is iets wat
hij vorige week heeft opgestoken. De angst, de zenuwen, die moeten beteugeld
worden, en google heeft hem naar de meditatie geleid. Youtube toonde hem wat
filmpjes en zo is hij uiteindelijk zelf aan de slag gegaan. Veel levert het hem
niet op, dat hele mediteren. Ofwel doet hij het niet goed. Maar wat kan hij
anders doen dan mediteren? De avond nadert, afschuwelijk traag, en hij kan niet
meer doelloos op het internet surfen. Hij surft op zijn ademhaling. Mee naar
binnen via zijn neus, de luchtpijp door, tot aan zijn middenrif. In en uit, in
en uit. De zintuigen registreren. Horst observeert de registraties. Zijn kont
doet pijn waar de scherpe rand van de archiefdoos hem snijdt. Er steekt iets
aan zijn rechtervoet. Waarschijnlijk heeft hij zich bij het beklimmen van de
archiefkast ergens gestoten. Wat ruikt hij? Hij ruikt niets. Alle geuren hier
is hij danig gewoon dat hij ze niet meer kan ruiken. Luisteren dan, alles
registreren. De voetstappen op de gang. Het starten van auto’s op de parking.
Het zoemen van de kleine koelkast, van de TL-verlichting. Op zoek naar het
kalme water van de geest, diep onder de woeste golven. Als een duiker tracht
hij dieper en dieper te gaan. Hij trappelt verwoed, maar iets trekt hem steeds
terug naar de oppervlakte. Iets vist hem bij zijn zwemvliezen uit het kalme diepe
water en gooit hem terug op de woeste baren. Dat hangt hem serieus de keel uit.
‘Wil je daar wel eens mee ophouden,’ vloekt hij bij zichzelf. Als een norse
Boeddha stampt hij op de grond. Nee, dat mediteren levert niet veel op.
Tien na vijf. Het duurt nu echt niet lang meer.
Eventjes volhouden nog. Wat lichaamsbeweging om dat restje tijd te doden. Hij
springt recht, stoot zijn knie tegen het bureau en gaat terug zitten, wrijft
jammerend over zijn knie en staat dan langzaam weer recht. Als hij nu eens een
toertje rond het archief jogt. Joggen is de laatste tijd erg populair. Zelf
heeft hij het sinds zijn studententijd niet meer gedaan. Hij kreeg na een
twintigtal minuten joggen steevast het gevoel dat hij de controle over zijn
sluitspier ging verliezen. Iedereen spreekt over het heerlijke gevoel na het
joggen. Heerlijk vond hij dat allerminst. Joggerincontinentie. Al heeft hij
nooit zijn darmen in zijn joggingbroek geleegd, het gevoel was er wel. Ter
opwarming wipt hij wat op zijn tenen, steeds hoger. Hij zou een prima Massai
zijn, je weet wel, van die wipnegers. Al zijn hele leven loopt hij op zijn
tenen. Te korte achillespezen. Maar wat een veerkracht! Ha, die Massai zouden
raar opkijken als Horst daar eens eventjes zou komen aanspringen. Wellicht werd
hij dan vorstelijk onthaald. Ofwel joegen ze hem een speer door de borst. Met
die negers weet je immers maar nooit. Genoeg opgewarmd. Zijn hart is al aan het
bonzen. Daar gaan we. Losse vuisten. Armen gebogen langs het lijf. Trage
looppas. De archiefkasten voorbij. Ingerukt! Rond de manschappen. Er is weinig
plaats langs de andere kant maar hij kan er nog net tussen met zijn smalle
lijf. Stoffig wel. Het kriebelt aan zijn neus. Whaaatschoee!! Hij stopt en
zoekt voorovergebogen naar de zakdoek in zijn broekzak terwijl een lange sliert
snot afbreekt en op de grond valt. door Vincent Nemo [ link ] tien bijdragen
Zaterdag, 7 April 2012
Mooi, de thee is nu wel voldoende afgekoeld. Een
slok, en nog een slok. Maagpijn. De zenuwen! Vanavond dat feest. En dan, de
rest van het leven. Als een golf wast de angst over hem heen. Hij bekijkt zijn
rechterpalm. Minuscule zweetdruppeltjes glinsteren tussen de vele lijntjes en
groeven. Een heel landschap in zijn hand. Daar kan hij uren naar staren en nog
zou hij niet alles hebben gezien. Een ander land wil hij niet bezoeken. Aan
zichzelf heeft hij genoeg. Heeft hij genoeg? Het introverte leven, zijn leven.
Een virtuele mens! Zou hij de eerste zijn? Zo kan hij het wel draaien. Horst,
de eerste virtuele mens. Vandaag reist hij naar zijn handpalm. Zelfs daarvan
krijgt hij jetlag. Vermoeidheid hangt als gewichten aan zijn oogleden. Hij
geeuwt. Een traan loopt uit zijn ooghoek, tot aan zijn wang. Nog een slok. Een
eeuwigheid lang. Hoe te leven zo dat het goed is? Dat het niet goed is weet hij
wel. Leven is iets wat hij niet onder de knie krijgt. Net als zwemmen. Het
gemak waarmee anderen door het water glijden, geen golfje, geen spatten. Bij
hem kolkt en spat het water woest in het rond. Met alle kracht die hij in zijn
lichaam kan vinden, komt hij nog geen meter ver. Het water laat hem niet
passeren. Hij moet zinken. Stoppen met spartelen, geen weerstand bieden. Een
archiefdoos begeeft het. Hij zakt een centimeter of tien. Het lijken meters.
Wild wiekt hij met zijn armen. Razend hart, tempeestend bloed. De slaap is weg.
Het wilde waken, puur gedachteloos bewustzijn. Een fractie van een seconde maar
en het is al weer voorbij. Hij zet zich terug recht en neemt nog een slok thee.
Alles is een avontuur, als je het maar op de juiste
manier benadert. Wat heeft hij vandaag al niet meegemaakt. Zo veel, dat hij
zich niet eens meer alles herinneren kan. Een slecht werkend geheugen kan ook
de oorzaak zijn. Hij herinnert zich nog een geheugenoefening van in de lagere
school. De leraar zei een getal, en dan moesten de leerlingen twee toertjes
rond het speelplein lopen, om vervolgens het getal op een blad papier te
schrijven. Horst liep toertjes, en al meteen was hij vergeten dat hij een getal
onthouden moest. Hij beeldde zich in Airwolf te zijn, de razendsnelle
gevechtshelikopter uit de gelijknamige televisieserie. Met breed wiekende armen
liep hij iedereen voorbij. Snel als een haas. Ja, snel lopen kon hij wel. Toen
de leerlingen twee toertjes gelopen hadden, had hij er drie gedaan.
Triomfantelijk wandelde hij het klaslokaal weer binnen. De beste, dat was hij,
daarover bestond geen twijfel. Zijn snelheid was bovenmenselijk. Een klein
mirakel, en dat op een doodnormale parochieschool! Van het getal dat ze moesten
onthouden, was in zijn hoofd echter geen spoor. Bovenmenselijk, maar geen geheugen.
Veel last heeft hij daar gelukkig niet van. Wellicht vergeet hij dat hij er
last van heeft. Toch is zijn geheugen niet compleet om zeep. Het is een net met
scheuren, maar er blijft altijd wel iets in hangen. Dingen die hij zich niet
herinneren wil. Dingen die geen normaal mens zich nog herinnert. Het deuntje
van Airwolf bijvoorbeeld. En de geur van het mooiste meisje van de klas dat hij
in zijn vlucht voorbij zoefde. Terwijl hij het cijfer vrijwel onmiddellijk
vergat, is haar geur nooit uit zijn geheugen verdwenen. Alsook de blik van de
leraar, die minachtend op hem neer keek terwijl hij het cijfer drie op een
blaadje schreef. door Vincent Nemo [ link ] 26 bijdragen
Zaterdag, 31 Maart 2012
Even komt er woede op. De vuisten ballen, willen slaan, maar
even plots als de woede opkwam ebt ze al weer weg. Gelaten staat hij recht. Hij
trekt het keyboard uit de computer en zet het omgekeerd op de radiator. Eens
terug droog zal het wel weer werken. En zo niet, dan brengt hij wel een boek
mee van thuis. Waarom heeft hij dat nooit eerder gedaan? Hier heeft hij zo veel
tijd om te lezen. Hij zou zelfs zijn laptop kunnen meebrengen en naar series
kijken. Nee, dat laatste durft hij toch niet. Stel dat er iemand binnen komt en
hij hoort het niet met zijn hoofdtelefoon op. Een boekje lezen, dat kan hij wel
doen. Stiekem hoopt hij dat het keyboard niet meer werkt, dan heeft hij een
excuus om al die ongelezen boeken die hij nog heeft staan eindelijk eens te
lezen. Als hij zich nu eens zou bijscholen. Educatieve boeken lezen, over
geschiedenis, over filosofie, over wetenschap… Maar dan herinnert hij zich de
boeken die hij tijdens zijn studiejaren moest lezen en zijn enthousiasme
verdwijnt meteen. Waarom is leren zo oervervelend? Wat zou hij er niet voor
geven om alles te weten, alles te kunnen. Maar de stap van het leren wil hij
overslaan. Hij wil het meteen weten, meteen kunnen. Nu! Zoals dat met een
computer gaat. Je steekt er een schijfje in en de computer weet alles wat erop staat.
Kunnen ze nu nog altijd geen chip in een mensenhoofd steken? Wellicht zijn er
klootzakken die zich daartegen verzetten, die van mening zijn dat dergelijk
geëxperimenteer het algemeen belang niet dient. Mijn gat! Wie wil nu geen chip
ingeplant krijgen die je in staat stelt binnen enkelen tellen alles te weten
wat je maar wil? Gedaan met het onderwijs. Kinderen kunnen wat langer kind
zijn. Eens oud genoeg om te beslissen wat ze willen doen met hun leven, kiezen
ze een download pakketje en klaar. Geen incompetentie meer, geen halve kennis.
Dat onderwijssysteem trekt toch op geen kloten. Negen jaar Frans gehad op
school en ik kan niet eens in het Frans om een glas spuitwater vragen.
Un verre d’eau bublé s’il vous plaits. Hoeveel taalfouten
zou die zin bevatten? Hij weet het niet eens: zie daar het deficit van het
onderwijssysteem! Niets nuttigs zit er in dat hoofd van hem. Gemeenschapsgeld
weggesmeten. Studeren is een farce. Wie is daar in hemelsnaam ooit opgekomen?
Onwillekeurig moet hij aan Karel de Grote denken. Had die er iets mee te maken?
Dat zijn zo van die dingen die blijven plakken uit de lessen geschiedenis. Een
uur aan een stuk staat daar een ouwe vent voor de klas uit zijn nek te lullen
over wat er zoal gebeurd is in een lang vervlogen tijd. Natuurlijk blijft daar
al eens iets van hangen. Per ongeluk. Een synaps die opschrikt. Wat een onzin
registreren die hersenen toch. Maar de boel defragmenteren of formatteren? Ho
maar! Nee, met die puinhoop in je kop zit je opgescheept tot je oude dag. En
dan begin je plots onzin uit te kramen. Al die vergeten nonsens komt uit je
tandeloze mond gekropen, daar kan je niets aan doen, dat is als een ontlasting.
Iedereen denkt dat je gek bent, terwijl het gewoon het gevolg is van het
onderwijssysteem dat je hoofd gevuld heeft met onsamenhangende weetjes. Ze
steken je in een bejaardentehuis, afdeling dementie. Een jaar later ben je
dood. Verdrag van Verdun, alea iacta est, matrices, adjectief, symbiose,
paleozoïcum. Arme kinderen, arme bejaarden. door Vincent Nemo [ link ] 18 bijdragen
Zondag, 25 Maart 2012
Velen dachten dat het verschijnsel definitief was
uitgestorven en meenden ontspannen achterover te kunnen leunen, maar de
zwartkijkers kregen weer eens gelijk. Want het is terug. Zoals bekend zijn er
in en om Dirkswoud vele weilanden waarin paarden en pony's vrij kunnen
rondlopen. Dat was in de vorige eeuw ook al zo. Maar steeds vaker gingen mensen
de dieren zonder kennis van zaken voederen, meestal met etenswaren die anders
in de afvalemmer waren verdwenen, en niet zelden werden de arme beesten daar
ziek van. De PDD [Partij Dirkswoudse Dieren] luidde de noodklok en na zes
maanden keihard actievoeren werd in de gemeenteraad een wetsvoorstel aangenomen
waarin het iedereen behalve de eigenaren [en hun directe familieleden en
familieleden in de tweede graad, plus maximaal twee meerderjarige gasten]
verboden werd de dieren van voedsel te voorzien. Tevens werden vanaf dat moment
bordjes met het opschrift 'Niet voederen aub' in ieder weiland verplicht
gesteld, zodat niemand kon beweren niet van het verbod op de hoogte te zijn. En
het hielp. Tot 2 April 1972, een zwarte datum in de Dirkswoudse geschiedenis.
Want op die dag trok een opgevoerd Volkswagenbusje een spoor van terreur door
de meestal zo vredige gemeente. Ooggetuigen meldden dat de inzittenden
gemaskerd waren en bij ieder weiland razendsnel uitstapten, de dieren illegaal
voederden om zich vervolgens met rokende banden uit de voeten te
maken.Verscheidene paarden en pony's kregen maagklachten en een oude ezel moest
zelfs op de intensive care beademd worden. Gemeentewoordvoerder Bert Jansen
sprak van 'voedercriminogeen vandalisme' en stelde intensieve
politiesurveillances in het vooruitzicht. Er werden buurtwachten in het leven
geroepen en de meeste boeren lieten door Beveiligingsbedrijf Hoogeboom
bewakingscamera's op hun grondgebied installeren. De maatregelen bleken
voldoende om het ongewenste verschijnsel de kop in te drukken want het busje
werd nadien niet meer gesignaleerd. Maar... gisteravond werd een pony illegaal
gevoederd door 'twee gebivakmutste mannen in een tweedehands Porsche'. Met
biologisch-dynamisch brood uit de reformwinkel. Aangezien zoals bekend dit
brood een dichtheid heeft die vergelijkbaar is met die van een zwart gat,
bezweken de poten van de onfortuinlijke pony door het immense extra gewicht en
moesten alle vier z'n knieën in het rekverband. Gemeentewoordvoerder Bert
Jansen - inderdaad, de zoon van - achtte het te vroeg om te bepalen of hier
sprake is van een eenmalig incident of dat het de voorbode is van een 'nieuwe
golf van voederterrorisme'. Het feit dat eerder genoemd brood onder de wapenwet
valt noemde hij 'een punt dat nader bestudeerd moet worden'. Hoe deze kwestie
zich verder gaat ontwikkelen is nog onduidelijk, maar wij blijven u uiteraard
op de hoogte houden. door Spencer Brandsen [ link ] 23 bijdragen
Zondag, 18 Maart 2012
De leegloop kan beginnen. Voetstappen op de gang.
Gedempte stemmen. Buiten is het nog volop dag. Tegen de tijd dat hij zijn
kelder zal verlaten is het geen dag meer, dan is het avond. Niet dat hij veel
van de dag zou profiteren als hij nu al naar huis ging. Nee, hij zette zich
evengoed met een plof in de zetel en klapte zijn laptop open. Een serietje
meer, misschien twee, meer verschil zou zo’n dag niet maken. Al houdt hij wel
van het zonnetje. Nu iets minder dan vroeger. Omdat hij erover gelezen heeft, over
UV straling en melanomen. Kunnen ze nu niet eens over iets anders schrijven?
Dadelijk moet hij nog beginnen geloven dat alles in de wereld erop gericht is
hem onder de grond te krijgen. Leven is gevaarlijk. Ongelukkige mensen sterven
vroeger, ook dat nog. Er is geen uitweg. Wat hij ook doet, elke stap is een
stap dichter bij de dood. Niets aan te doen. De dood recht in de ogen kijken,
en grijnzen. Grijnzen! Horst staart in het ijle en grijnst. De dood kan hem
wat. Hij klopt zich eens op de borst. Hup recht, zich op de borst kloppen en
grote gebaren maken. Zo is hij net een hip hop neger. Die mannen zijn nergens
bang voor. Hip hop Horst. Maak me thee kletsmajoor, fo’ shizzle biatch! Stoere
praatjes. Het helpt wel. Een kwestie van perceptie. Paw, een vuistslag tegen
een archiefdoos. Ha, kijk eens wat een deuk! Paw paw! Wie kan hem wat maken.
Ting! Kletsmajoor is er klaar mee. Een kopje groene
thee, een bakje dampende troost. En wat speculaas erbij. Onder het nippen surft
hij nog wat. Nieuws, weetjes. De gazet van vandaag heeft hij nog niet gezien,
maar die vindt hij op het net ook wel. Hij glijdt door de informatie zonder er
iets van op te slaan. Tijdverdrijf, meer is het niet. Af en toe blijft hij
hangen bij een artikel dat hem intrigeert. Meestal heeft het dan met seks te
maken, of met belangwekkende wetenschappelijke ontdekkingen. Dit keer blijft
hij hangen bij een artikeltje over het drinken van thee. Een onderzoek heeft
uigewezen dat het drinken van te warme drank de kans op slokdarmkanker
aanzienlijk vergroot. Horst spuwt de slok thee die hij net genomen heeft weer
uit over het klavier. ’t Is godverdomme niet waar! Hoe lang drinkt hij nu al
sloten thee? Een jaar of vier? Omdat hij dacht dat het gezond was, omdat hij
dacht daarmee langer te zullen leven. En nu dit weer! Kalm blijven, eerst je
wat beter informeren. Te warme drank zeggen ze, een graad of zestig zou te warm
zijn. Hoe warm drinkt hij zijn thee? Hij heeft natuurlijk geen thermometer op
zak om dat even te testen. Als hij de thee gewoon eerst wat laat afkoelen
alvorens hem te drinken. Ja, dat doet hij wel. Erg heet drinkt hij ‘m nooit.
Daar brand je alleen maar je lippen aan. Geen reden tot paniek. Hij wil nog
eens via google zoeken wat er nog over die slokdarmkanker en warme drank gezegd
wordt, maar zijn klavier weigert dienst. door Vincent Nemo [ link ] 22 bijdragen
Zaterdag, 10 Maart 2012
De kleine Horst heeft een vriendinnetje. Of beter
gezegd: het vriendinnetje heeft hem. Trudy heet ze. Ze zit bij hem in de klas,
heeft rood haar en sproeten en is een beetje te dik. Talloze malen heeft ze
zijn aandacht proberen te trekken door telkens Hoi tegen hem te zeggen, maar
Horst begreep de boodschap niet en zei hooguit verbaasd Hoi terug. Op een dag
is ze na school een eindje met hem meegelopen en heeft toen plotseling zijn
hand in de hare genomen en gevraagd of hij met haar wil 'gaan'. Hoewel hij niet
helemaal begreep wat dat precies inhield heeft hij toegestemd en nu 'gaan' ze
dus met elkaar. Het blijkt voornamelijk neer te komen op samen hand in hand
wandelen en dat valt Horst alleszins mee. Zojuist heeft ze hem gevraagd of hij
met haar mee naar huis wil lopen om een jong poesje te zien. Een jong poesje
kan volgens Horst geen kwaad, die hebben nog maar melktandjes, en dus lopen ze
nu gekoesterd door een lentezonnetje door een straat waar hij nog nooit eerder
geweest is. Het is er rustig en de huizen lijken leeg. Dan staat Trudy ineens
stil en gaat voor Horst staan. Ze beweegt haar hoofd zo snel naar het zijne toe
dat hij schrikt en een terugdeinzende beweging maakt. Vervolgens voelt hij de
natte, geopende mond van Trudy om zijn neus en wat doet ze daar met haar tong?
Veel tijd om er over na te denken heeft ie niet, want nu duwt ze hem voor zich
uit een steegje tussen twee huizen in en weldra bevindt hij zich in een door
een schutting omgeven achtertuintje waar wasgoed te drogen hangt. Trudy opent de
keukendeur en niet veel later betreden ze haar kamertje op de eerste
verdieping, waar ze zich snel van haar kleding ontdoet en met haar benen wijd
op het bed gaat liggen. Op de plek waar zijn piemeltje zit heeft zij een
gleufje, maar er zit minder haar op dan bij z'n moeder. Wacht, zegt ze dan, je
moet een rubbertje om en verlaat gehaast het vertrekje om even later terug te
komen met een condoom dat ze uit de verpakking haalt. Ze vraagt waarom hij nog
aangekleed is. Horst houdt er niet van om helemaal bloot te zijn en vraagt of
alleen z'n broek en onderbroek uit ook goed is. Ze knikt en weldra zit ze aan
z'n piemel te frunneken die zich snel verheft. Dan vraagt hij waar haar ouders
zijn, maar ze stelt hem gerust. Die komen om half zes thuis en het is nu pas vier
uur, ze hebben dus anderhalf uur. Weldra heeft de piemel van de kleine Horst
een jasje aan en wordt door Trudy haar gleufje in geleid. Zo, zegt ze, en nu op
en neer bewegen. Hij beweegt op en neer, zegt 'O, wat is dat warm!' en komt
kreunend klaar. Nou ja zeg, hoort hij haar zeggen, heb je het soms nog nooit
eerder gedaan? Nee, nog nooit eerder. Hebben andere twaalfjarige jongens het
dan wél eerder gedaan? Het geeft niet hoor, zegt ze, maar de teleurstelling in
haar stem ontgaat hem niet. Even later staat hij beteuterd naar het condoom te
kijken dat hij tussen duim en wijsvinger een eind van zich af houdt. In het
flupje aan het einde zit z'n witte jongenszaad, veel is het niet. Hij vraagt
zich af wanneer ze nu gaan kijken naar het jonge poesje. Dan klinkt er
gestommel op de trap, de deur gaat open en Trudy's moeder treedt binnen. door Spencer Brandsen [ link ] 31 bijdragen
Vrijdag, 2 Maart 2012
Een compleet nutteloze zak vlees, dat is hij. Wie zou hem
willen? Wel, dat was een opbeurende interne monoloog. Ja, daar knapt een mens
van op. Bedankt ouwe jongen. Hij klopt zichzelf eens op de schouder. Die baard
voelt toch wel lekker aan. Staat hij ermee? Zijn baarden hip, of ziet hij er
net uit als een zwerver? Voor de honderdste keer zoekt hij het op. Internet is
zijn kijk op de wereld, zijn blik in de geest van de rest van de mensheid. De
antwoorden die hij krijgt zijn echter nooit eenduidig. Altijd is er ruimte voor
twijfel. Als god de vader uit de hemel zou neder dalen en al zijn vragen zou
beantwoorden, dan nog zou hij twijfelen. En niet uit filosofische overwegingen,
maar omdat twijfelen zijn natuur is. De meeste kerels met baard die hij tussen
de afbeeldingen vindt zijn lelijk. Zonder baard zouden ze evengoed lelijk zijn,
dus daar wordt hij niet wijzer van. Misschien zou hij zijn kop op een website
moeten zetten. Iets als ‘rate my beard’. Er zijn natuurlijk altijd voor- en
tegenstanders. Mensen die een ongenuanceerde mening hebben. Volgens een artikel
dat hij al vier keer gelezen heeft prefereren vrouwen een gladgeschoren man.
Volgens een ander artikel vinden vrouwen stoppelbaarden aantrekkelijk. Kan het
hem wat schelen? Blijkbaar wel. Hij heeft nu het excuus van een verkleed bal,
maar zo gauw dat bal afgelopen is zit hij weer met een dilemma: baard of geen
baard? Het hele jaar door is hij afwisselend geschoren en ongeschoren. Tot een
echte baard geraakt hij maar zelden, want de twijfel is hem meestal voor.
Wat zou hij doen als hij alleen op de wereld was? Dan liet
hij alles groeien, zolang het hem niet hinderde. Wat een heerlijke ervaring zou
dat zijn. Als hij dagdroomt, verbeeldt hij zich erg vaak alleen op de wereld te
zijn. Van waar toch die fascinatie? Heeft hij zo’n hekel aan mensen? Ja en
neen. Is hij alleen, dan wil hij mensen om zich heen. Heeft hij mensen om zich
heen, dan is hij liever alleen. Maar hier heeft hij een keuze. Stel nu dat hij
alleen op de wereld was, dan moest hij zich wel schikken naar zijn lot. Zou hij
eenzaam zijn, of zou hij zich eindelijk bevrijd voelen?
Dat internet biedt nergens uitsluitsel over. Ook niet over
de pijnen die hij voelt, nu eens hier, dan weer daar. Zelfs dokters kunnen
daarbij niet helpen. Niemand kan hem helpen, in deze mensenwereld is hij
geïsoleerd. Dromen alleen op de wereld te zijn, wat een onzin. Hij IS alleen op
de wereld. Het is nooit anders geweest. Met een zwakke bons laat hij zijn hoofd
op het bureaublad vallen - ja, een zwakke, zachte bons, want hij kan zichzelf
toch geen pijn doen. Het bureaublad voelt koud aan zijn voorhoofd. De ogen
gesloten, gedachten in bedwang en één worden met het koude levenloze oppervlak.
Bestaat hij niet uit hetzelfde materiaal als dit bureau? Levend stof. Stof met
twijfels. Kon hij maar gewoon stof zijn. Stof zonder angst, zonder tijd, zonder
wat dan ook. Het lijkt of hij alle evenwicht verliest, alsof zijn hersenen in
zijn schedel drijven op een woelige zee. Gaat hij nu het bewustzijn verliezen?
Dat bewustzijn is hij nog nooit verloren. Bewusteloosheid komt hem zelfs voor
als een verlossing. De golven, zijn hersenen, ga dan overslag! Zink naar de
bodem, zachtjes wiegend, tot alles is vergeten. Hoe hard hij ook probeert, er
gebeurt niets. Zijn hoofd blijft nog wat tollen alsof hij wat te veel gedronken
heeft. Hij richt zich terug op en staart versuft voor zich uit. Het is een
valse leegheid die zijn hoofd nu vult, een stilte die weldra weer zal
plaatsmaken voor de storm. Hij zucht en wacht. Het is vier uur. door Vincent Nemo [ link ] 21 bijdragen
Maandag, 27 Februari 2012
Hij moet weeral plassen. Zijn blaas is veel te klein.
's Nachts moet hij ook minstens twee keer op en als hij in het weekend naar het
centrum van de stad wandelt bezoekt hij altijd eerst het urinoir. Gelukkig is
hij geen vrouw, want dan moest hij een café binnenstappen of een andere
gelegenheid. Nee, als hij een vrouw was kwam hij vast zijn deur niet meer uit.
Dan kon hij niet doen wat hij nu van plan is. Hij gaat aan de spoelbak staan en
maakt zijn broek los. De spoelbak is wat hoog, hij moet op zijn tenen gaan
staan om zijn piemel over de rand te hangen. Eventjes schaamt hij zich voor
kletsmajoor, maar dan bedenkt hij dat het toch gewoon een levenloze waterkoker
is waar hij zich helemaal niet voor hoeft te schamen. Hij zucht eens diep,
terwijl hij klaterend leegloopt. Het ruikt anders dan gewoonlijk. Ligt dat
misschien aan de peer die hij net gegeten heeft? De geur van wat je gegeten
hebt dringt sneller in je urine dan je zou verwachten. Als kind at hij meestal
Smacks ontbijtgranen van Kellogg’s en bij zijn eerste plasje in de
schooltoiletten kon zijn plasbuur dat perfect ruiken. 'Weer smacks gegeten
Horst?' 'Jawel!'
Hij knijpt er de laatste druppels uit, swaffelt even
de rand van de spoelbak en knijpt dan nog eens. De druppels blijven maar komen.
Horst scheurt een blad van de keukenrol en dept daarmee zijn eikel droog.
Kleine plukjes keukenpapier blijven aan zijn voorhuid kleven. Zou het de
leeftijd zijn of drupt elke man zo stevig na als hij? Dat zoekt hij seffens
maar weer eens op.
Hoe lang een dag kan duren. Het houdt maar niet op.
Achteloos glijdt zijn blik over de gazet die open op het eettafeltje ligt.
Michael Jackson bla bla bla, Britney Spears jade jade jade. Wat kan het hem schelen.
Daar buiten schijnt het crisis te zijn. En de aarde stevent af op een
milieucatastrofe. Is het werkelijk zo? Daar heeft hij het raden naar. Maar dat
de wereld om zeep is, dat lijkt hem wel aannemelijk. Dat heeft hij altijd al
gedacht. Onze kinderen zullen met de gebakken peren zitten. Horst heeft geen
kinderen en als het van hem af hangt zal hij er ook nooit hebben. Maar - jawel
er is een maar - stel nu dat hij onsterfelijk wordt, of toch erg lang leeft,
dan zit hij ook met de gebakken peren. Dat trekt hij zich wel aan. Het lijden
van anderen kan hem weinig schelen, maar zijn eigen lijf en leden zijn hem erg
dierbaar. Hoe moet hij zijn hachje redden? Hoe moet hij ervoor zorgen dat hij
binnen pakweg tachtig jaar niet stevig in de penarie zit? Biologisch eten,
rationeel energie verbruiken, thuiscomposteren? Daarmee is de wereld niet
gered. Nee, het enige wat Horst kan doen is hopen, hopen op een ommekeer.
Vroeger hoopte hij dat buitenaardse wezens hem zouden komen halen. Nu heeft hij
de hoop daarop laten varen. Waarom zouden buitenaardse wezens hem mee willen
nemen? Hij heeft hen niets te bieden. Hij kent niets van deze wereld en hij heeft
geen vaardigheden waarmee hij dergelijke wezens van dienst zou kunnen zijn. door Vincent Nemo [ link ] veertien bijdragen
|
Holle retoriek
"Zit je achter het meest nieuwe en hipste technologische apparaat van deze eeuw, kom je op een stukje internet over columns schrijven. En dat is nu exact wat ik zocht! Soms zoek je iets, en kan je het niet vinden. Maar nu wel! Ik zoek iets om mijn Nederlandse woordenschat in te verwerken. En dan zoek je, en zoek je, en dan VIND je!
"Daarom is bicat een lichtje, een vuurtoren voor de verloren lopende dolenden.
"Schuimbekkend van woede las ik de met een danige onverschilligheid
geschreven colums betreffend de holocaust en Auschwitz. De flarden teksten
vol schrijffouten en loze beweringen, getuigen van weinig historisch besef
maar vooral een respectloze attitude jegens miljoenen slachtoffers. Vandaar
mijn bijdrage met het verzoek de richtlijnen als opgesteld in de bijlage te
respecteren en in acht te nemen.
"Diep geroerd, met geknepen stembanden, omvloerste oogleden, brandend maagzuur en kloppende roede (het is tenslotte 5
december) mocht ik uw fraaie stuk proza over mijn getroebleerde netvlies laten glijden...
De woorden vertalen zich moeiteloos in zielsetsende beelden.
Dank!"
"Geachte heer,
"Schitterend verwoord dat artikel over Clarence. Liep jaren met een missie, aan de voetballiefhebbers (niet de kenners) proberen uit te leggen dat Abe en Piet beter zijn dan het orakel uit betondorp. Was onbegonnen werk. Het klootjesvolk adoreert Ellen van Langen, Geesink en Rieu, en vinden mevrouw Blankers, Ruska en Roby lakatos maar niks, ze weten waarschijnlijk niet eens wie het zijn. Toen Keizer stopte heb ik jaren niet meer gekeken. Toen zag ik die Fin en een paar jaren later een Surinamer met een Nederlands paspoort (Had die Fin er ook maar een gehad). Ja en dan begint het heilige vuur weer te branden. Deze twee zijn tactisch en technisch het beste wat er op Nederlandse velden heeft rondgelopen (wat ik in mijn leven heb gezien). Keizer had niks met voetbal te maken, dat was ballet,kunst, en soms als het niet belangrijk was helemaal niks .En Abe ken ik van wat beelden, maar als je naar de verhalen over hem luistert hoef je de verteller maar in de ogen te kijken en herken je meteen de kenners uit die tijd."
"pedante snikkels, komen kut te kort. Webloggen is niet voor mietjes maar ook niet voor stoere geile binken, webloggen is namelijk een fenomeen, een spookbeeld voor blinden die zich vergapen aan de wijde wereld van het internet om zichzelf te ontmoeten, een monologue interieur te voeren en dan de echo terughoren, het internet dat een wonder is wat een dom irrationeel fenomeen is. Echt iets voor pedante snikkels en kale kutten die niet neuken maar wel in elkaars nek willen hijgen en tijd teveel hebben. Ik zou er helemaal niet aan beginnen en beroemd en rijk ben ik al, zegt het liefje. Ik heb de grootste en zij heeft de lekkerste en we verdoen de tijd liever in elkaar verstrengeld dan te vergooien op zo’n vervuilde weblogmarkt. Mot je alweer email beantwoorden enzo, in je vrije tijd, be je gek. Opzoute, stik dur maar in, Goossens, kijk maar uit dat ze niet vreemdgaan terwijl jij al die poen verdient, sneue wolf, ouwe rukker, voordat je het in de gaten hebt sta je een verschrikkelijk stinkend goedje op je scrotum te smeren terwijl je staat te huilen omdat je zo belazerd bent terwijl je het alleen maar goed bedoeld, voor ons allebei schatje, weetje, heerlijk met vakantie strax, saampjes, maar vanavond moet ik werken snappie, centjes verdienen mot pappie, kijk niet zo beteuterd, je wilt helemal niet naar de Lidl, je wilt daar nooit gezien worden zei je, nou dan. Nou tot strax dan, he ?"
"Bicat.net, dat is toch die achterlijke webstek voor rukkende, boerende en altijd bezopen kerels? Dat zielige pathetische zooitje ongeregeldheden dat uitgebraakte hersenkwak probeert te verkopen als prozadrek? Natte winden, dikke drollen, kleverige onduidelijkheden? Slurptrekkende draaigorgels, voorhuidjogging avant la lettre en berensgrote buikglijers?" (Jeremias Schubbenrug, in Nova, 4 oktober 2005) Reageerziekte
"Op een vrolijke dag toen ik aan mijn, voor al 11 jaar, allerbeste vriendin de liefde heb verklaard en binnen luttele seconden de meest euforische gevoelens door mijn ziel heen flitsten typte een verslag van school begon k te typen en dit kwam tevoorschijn op het samengeperste hoopje uitwerpselen wat ik beschouw als mijn laptop, want zoals velen het niet slecht zou doen als zij dit beseften is bezit enkel een illusie.
"Ik had het allemaal al wel eens meegemaakt en niets was mij te dol geweest: eonisme, vice anglais, flaggelatie, ja zelfs koprofagie. Ik was dan ook met graagte ingegaan op de omineus-priapische woorden en lubrieke blikken die "Ellen" tijdens ons gezamelijk consumeren eerder die avond op mij had gericht. Toen we, media nox, eenmaal in haar slaapkamer waren aangekomen, gaf zij steeds minder blijk van doorgaans aan haar toegeschreven mesquinerie. Integendeel,loodzwaar en onvermijdelijk hing het veile sneukelen in de lucht. Binnen no time was de vloer dan ook bezaaid met exuvieën en toonde zij mij haar zinnenprikkelende Junonische leest. Na intiem pidjetten en enige orogenitale schermutselingen (waarbij brod noch javelijn werd ontzien),sloegen wij serieus aan het procreëren. Cunnus en Curacaoënaar leken
welhaast voor elkaar geschapen. Hoewel haar defloratie al enige tijd terug had plaatsgevonden, pandoerden wij als nooit tevoren, daarmee verschillende tenesmen bewerkstelligend. Het is maar goed dat haar echtgenoot van deze sluikmin nooit wat heeft gemerkt..."
"Schrijf eens over vrouwen en hun plek of plaats in de allesverterende zakenoorlogen.
Want als er stereotype mannen met diep verborgen schaamtegevoelens over hun potentie problemen en erectiestoornis (taboe naturlijk) dan is dat manifest in hun 'vlucht vooruit' in de freudiaanse wapencultuur. Elke geweerloop, elke zwaardere tank is een gestileerd erectiel apparaat vol dodelijke munitie opgepomnt met miljoenen kogels in een spurt naar het doel wat als lustsymboliek een 'lilith' in een duizelige extase zou moeten brengen want zo 'is de kracht van het leger'. Stoere mannen die eerst de vrouwen opgeilen, dan met hun duwtje in de rug erop los gaan om 'de vijand te onthoofden'. Ik als watje moet altijd vreselijk lachen om die serieuze gezichten die de mannen politici en militairen bij hun gepiep, gezeur en gezeik en hun broodnodige verklaringen trekken.
"Is er iemand in de zaal die nog wil doneren aan een zielige arme homosexueuele neger met een onbeschrijflijke ziekte zwaargelovig te dom om te leren of te schijten die bovendien een oog mist en denkt dat de duivel soep in een blik stopt want hoe komt het er anders in en tegelijkertijd vreselijk gebukt gaat onder de laatste Tsunami of de vrees daarvoor want zijn geitenoog gaf vanmorgen onheil aan? Of anderszins zijn hypocriete tot op het bot zwarte geweten schoon wil kopen voor een luchtig schijntje of nóg liever zichzelf onsterfelijk wil maken over het lijk van een ander? Nee? Eénmaal? Andermaal? OK, dan ben ik ook pleite en met Marnix mee naar dat gruwelijk dure restaurant. Bovendien is het al na zessen en sta ik in de baas z'n tijd de wereld te redden en zo heb de cao dat nooit bedoeld. Howdoe en de mazzel. "
"De liefde is groots, ze breekt zonder haar gebit te gebruiken door elke granieten kop heen, verzwakt de wil en maakt elke stoere kerel tot een week omhulsel, een schaduw van zichzelf, een brabbelend luierkind, elke vent verandert van binnenuit en geweldloos door haar rijke zegeningen. Je krijgt een rijpe korstkaas als huid en een hart van vloeibaar goud. Verpletterend is ze en zij, de liefde, de warme zomerse, niet de winterharde en verbitterde tak dus, zit nog steeds vol met geheimen waar niemand de sleutel van kan vinden. Mysterieus is ze, als de ondergrondse geheimzinnige dictatuur van wereldwijde, alomvattende bekabeling waarlangs dagelijks kilometers gecodeerde data tussen de continenten flitsen. De liefde is een tectonishe plaat die schuurt en krast en gangen boort voor lavastromen van vleselijkheid en voedzame sappen die op geen enkele dieet mag ontbreken. Daarom is ze schaars.
Tot slot..we heben allemaal een gat van onderen, onthou dat. "
"Thanks!
Voor de eerlijke en ijskoude bieren vooraf om de ergste dorst te lessen na een lange en vermoeiende reis. En de Champage daarna in gelukkig niet van die zuinige hoeveelheden maar gewoon ruim bemeten pullen.
Dank ook voor de wonderschone oester die in zijn natuurlijke habitat beschermd en koel lag te wezen toegedekt met een warme dekentje bosui-liefde en een tikje Tabasco-ondeugd onder die deken.
Dank voor de kleinste en schattigste St. Jacobsoesters die ik proefde in Balsamicostroop. Eerbied voor de kort aangebrade en met ontbijtkoek gestoofde kwartel. Ik proefde een tint Orange Marmalade hoewel je zei dat het er niet in zat. Ik hou het erop dat de chefkok zijn geheimen heeft en, hoe hooggeëerd zijn publiek ook mag zijn, ál zijn details zullen ze nooit te horen krijgen.
Met liefde deed ik mijn sommeliertaken en het ‘kut-sommelier’ omdat ik de glazen niet tot de nok vulde, neem ik op de koop toe.
Onder de indruk was ik van je tzatziki met shrimp en rode grapefruit. Zoet en zuur zoals Bitter & Sweet zoals het leven zelf zoals harmonie zo mooi kan zijn.
Ook onder de indruk was ik van je zeewolf met tomatenchutney. Een rode knipoog op een licht in de boter aangezet visje zoals de boter bij de vis behoort te zijn.
Je bewees jezelf door met het produkt mee te koken en de zeeduivel vochtig te houden en over te laten lopen in het bedje van zuurkool omrand door koele en volle crême fraiche en slechts gestopt door mosterd. Het zal mijn gebrek aan woordenschat zijn geweest deze poëtische beleving van samenstelling aan mijn disgenoot heer Visser uit te leggen, aan de wijn waarin het beestje zwom heeft het niet gelegen.
Emotioneel werd ik bij het aangezicht van mijn vrouw in jouw open keuken, verliefd op de chefkok die zijn konijntje aan de haak had geslagen. Uit het konijnengezin weggetrokken, de zuigelingen achtergelaten en deskundig ontdaan van fluffy flaporen en prachtig gevild en daarna één minuutje aangebraden in de volle boter. Ach, je zei het nog, ‘nog even in de oven en gekeken hoe lang’ in antwoord op de vraag hóe lang dan, zoals Sebastiaan Bach ook vindt dat de piano zichzelf speelt. U zij geprezen met bijzondere gaven, maar het zal mijn eenvoudige ziel zijn die het zo ziet.
De ingekookte fond een tikje gezoet nog niet eens meegerekend evenals de witte bonen-truffelpuree en rode kool met vijgen die in een restaurant van naam de kaart had kunnen aanvoeren.
Jammer dat je er niet bij was met de kaas. Het zal de tol van de roem zijn geweest of de spanning van het koken op zulk een hoog nivo. Het siert de man die ook gewoon maar een mens van Vleesch & Bloed is gebleven. Het was uit de kunst hoe wij genoten van een walnoot uit Frankrijk gekraakt op de wals van braakgeluiden die wij van boven hoorden komen. Waarschijnlijk was je druk doende in de homard-naire.
Het dessert ben ik kwijt evenals het betoog dat ik hield, maar dat was ik toen al kwijt. Het betoog hou je van mij tegoed. Ik zal het je vertellen als ik de liefde verklaar aan mijn vrouw zoals jij gisteren de keuken in het algemeen en ons in het bijzonder de liefde verklaarde. "
"Ach, heer bicat, nu we het over eten en drinken hebben. Ik kan u te allen tijde aanraden, maar toch vooral in de herfst, van de ganzenlever te proeven. Zoekt u daarbij een zo eenvoudig mogelijk bewerkte ganzenlever, dus geen paté, niets met geconfijte uien of anderszins toevoegingen.
U wilt ganzenlever proeven die met de hand is schoongemaakt door een oud boerenvrouwtje die hooguit peper, zout en wat cognac toevoegde en daarna op 70 graden in de oven met de deur op een kier de lever zachtjes liet warm worden. Niet smelten, want dan scheidt het vet van de lever en bent u uw produkt kwijt. Nee, u wilt de lever verwarmen zodat lever, peprer, zout en cognac een geheel gaan vormen. Dat wat u wilt proeven is de waarheid en niets anders dan de waarheid.
Slaat u overigens wel in grote hoeveelheden in, niets zo erg als aan het einde te moeten constateren dat u nog wel wat had gelust. Nee, met veel dingen is het zo dat we nèt even meer moeten eten dan ons lief is. Nèt dat decadente punt van overdaad aantikken.
Schenkt u daarbij een Gewürztraminer en bij voorkeur hoe ouder hoe beter en liever nog een Grand Cru dan een gewone. Maar als u dan toch uit wilt pakken dan komt u niet heen om de Tokay Pinot Gris.
"Of die klassieke Suske & Wiske (het was nummer 78 als ik het goed heb): De Kakkende Kakkerlakken, die aflevering waarin Tante Sidonia in haar keuken te maken heeft met een steeds groter wordende populatie kakkerlakken, die voortdurend alles onderschijten, niet in de laatste plaats de biefstuk met friet die Tante speciaal voor Lambik had gebakken, tot grote woede van onze favoriete zeshaarder, die gelijk een spuitbus pakt en erop los begint te spuiten, dit tot groot enthousiasme van zowel Suske als Wiske, die duchtig beginnen mee te spuiten (we hebben het hier duidelijk over de periode waarin Suske en Wiske nog net zo milieubewust waren als George W. Bush die zijn privejet vanuit Kyoto liet terugvliegen naar zijn range in Texas omdat ie z'n favoriete cowboy-hoed was vergeten), maar in de spuitbus van Lambik blijkt een goedje te zitten dat er voor zorgt dat de kakkerlakken de volgende dag het formaat van een jong paard hebben (professor Barabas had een lege spuitbus gebruikt om zijn nieuwe groei-middel te testen en vergeetachtig als hij was, had hij het bij Tanta Sidonia laten liggen, puur uit teleustelling, want ook na gebruik van het groeimiddel had Tante Sidonia de professor uitgelachen toen hij zijn broek naar beneden deed), afijn, nu de kakkerlakken gegroeid zijn, schijten ze nog harder met als gevolg dat tante Sidonia, Lambik, Suske en Wiske hun huis worden uitgescheten, waarna ze Jerommeke erbij halen, wiens enige bijdrage een ENORME scheet is, gelukkig komt professor Barabas eraan met een grote smile op z'n mombakkes en een nog grotere bobbel in de broek die, zo zal even later blijken, amper in staat is de steeds groter wordende penis van Barabas te verhullen met als gevolg dat Tante Sidonia, gek van geilheid, zich op professor Barabas stort die vrijwel onmiddellijk klaarkomt en bovenop een van de reuzekakkerlakken kwakt die dan weer vrijwel onmiddelijk in elkaar krimpt en in het niets oplost, waarna ook Lambik en Suske en Jerommeke hun apparaat bewerken met het groeimiddel, zodat ze de volgende dag, onder de stimulerende leiding van Tante Sidonia en Wiske, de kakkerlakken dood masturberen. Knipoog Wiske. Einde."
"De vergelijking ‘vleesetend’ en ‘vrouw’ is een natte wensdroom. Het is veelbetekende symboliek dat er aan vegetarische mutaties man/vrouw/ hermafrodiet wordt gewerkt door de wetenschappelijke elite. Weten zij soms meer? Staat ons Armageddon te wachten ? De finale segregratie, het schisma van de sexen en de ondergang van hun zondige sexueel verkeer als geheime wapen om de wereldbevolking eindelijk zonder oorlogen te kunnen reguleren ? Reincarneren in een plantaardig bestaan in een potje aarde van robotformaties die miljoenen grijze racks van vruchtdragende en geurige planten produceren onder uiterst secure en berekende condities , zonder vrij zon of maanlicht, zonder zicht of gehoor, zonder tastzin, zonder geluid van wind en zee." Zelfbeschouwing
"Een man van middelbare leeftijd, beet je te dik, beetje te morsig. Baardje of sik wellicht. En witte schilfertjes sieren zijn gelaat. Hij rookt en hij drinkt, maar in tegenstelling tot wat hij ons graag wil doen geloven, niet teveel. Hij is een ambtenaar, schaaltje 9. verder een liefhebbende vader die zijn frustratie over het uitblijvende en waarschijnlijk nooit meer komende grootse leven heeft verruild voor een soort van komisch cynisme. Hij neemt het niemand kwalijk behalve misschien soms zichzelf, maar dan alleen na een Westmalle Tripel te veel. Hartstochtelijk supporter van NAC of een andere club ten zuiden van de grote rivieren, want dat hij een Brabander is moet haast wel. Zo stel ik mij Kiers voor, maar wellicht is het wel gewoon die homofiele Indo die bij Serudang de lege borden ophaalt..who knows.."
"Het is vast een meteroloog, een weermenneke met een gesmoorde sexualiteit, eentje met een enorm taboe. Een vrijgezelle biologieleraar met verlatingsangst kan ook. Zo'n eenzaam type die nog steeds bij zijn moeder woont en al jaren lesgeeft in het basisonderwijs. Zo'n anonieme 13 inhetdozijnman die spaarzaam leeft, de piepers schilt en de afwas doet, zo eentje die op de middagwandeling met het hondje van moeders vanachter de krant bij een speeltuin of in het park naar stoeiende of voetballende jochies kijkt en de pijn verzwijgt. Een masochist die het taboe koestert.
"Ach ja, leuk, schrijvers. |
|||||