| |
Navigatie
de voorplecht
louter proza
louter poëzie
liaisons
nostalgie
colofon/contact


Dankbaar
Uitgelogd
Huishoudelijk
5 oktober 2005
Advertentieboer webstats4u, voorheen nedstat, kan de vinketering krijgen. Vanaf vandaag verdwijnt deze teller, de bezoekcijfers zijn bewaard voor het nageslacht en voortaan tellen we verder met Awstats. Koffiebonnen kunt u ophalen bij Tante Miep.
|
|
De Daghap
Woensdag, 10 Maart 2010
Beenvis 17
Je ligt in bad en kijkt televisie in het donker. Dat kan omdat je de tv op een krukje naast het bad hebt gezet. Het badwater is lauwwarm en oud. Het duurt niet lang om het weer warm te krijgen, stop eruit en warme kraan aan. Iets warmer dan lichaamstemperatuur moet het zijn. Voor je ogen gebruik je een zwemmersbrilletje en voor je longen een snorkel. In het donker, door de laag water en de rode glaasjes van je brilletje zien de beelden op het scherm er spookachtig en onwerkelijk uit. Precies zoals je het graag hebt. Geluiden dringen je hersens binnen met die speciale onderwatervertraging, waar je zo van houdt. Onder water. Baarmoeder. Mama. Als je de bloedende dieren ziet op het scherm kom je langzaam boven water. Je spuugt de snorkel uit en glimlacht een klein, nauwelijks merkbaar glimlachje. Je brilletje hou je op, en je kijkt geboeid. Je vouwt je mollige, gerimpelde handen ineen en je glimlach wordt groter als je hem ziet. 'Drs. Beenvis, Regionaal Rechercheteam Utrecht' staat er in de blauwe balk onder zijn pokdalig gezicht. Hij is een grote, wat logge man, draagt verwassen zwarte kleren en heeft kort, grijzend haar. Hij heeft zich niet geschoren en een gekwelde uitdrukkking op zijn gezicht, alsof hij elk moment in huilen uit kan barsten. Je bestudeert het gezicht van deze man, laat elke trek op je inwerken, prent het in je geheugen. Dit is je vijand. Maar hij ziet er niet gevaarlijk uit. Dus je zet je snorkel weer aan je mond en laat je achterover zakken, terug in het water. Je kijkt naar het plafond door het rode brilletje en ziet de bloedende dieren weer voor je. Je glimlacht en denkt aan je eerste keer. En dan aan je grootste droom. Het veroveren van het rode binnenste van een baarmoeder...
door Grrrits
[ link ] 364 bijdragen
Donderdag, 25 Februari 2010
Beenvis 16
De rubber mat onder mijn schoenen ligt vol met koffiebekertjes, snoeppapier en cellofaanwikkels. Misschien moet ik de auto eens uitmesten. De stoel naast me is leeg. Brandsma is even zijn benen aan het strekken. Begrijpelijk, hij past nauwelijks achter het stuur, ook niet met de stoel helemaal naar achteren. Ik vind het wel een prettig dat-ie even weg is. Op een gegeven moment ben je net een getrouwd stel. Het is echt niet te geloven, maar we zitten hier als stake-out. Orders van Van Brienenoord. Hij is niet alleen zijn gevoel voor humor, maar ook zijn verstand kwijt.
De klok op het dashboard geeft 04:43 aan. Ik wacht tot het 04:44 is en reik dan achter me op de achterbank, waar een slof Marlboro ligt. Ik steek er eentje op, me voorzichtig voorover buigend richting het stuur. Smerig maar mijn shag is op. Ik let er op dat ik niet boven het dashboard uitkom. Ik leg hem in het asbakje. Niet roken op een stake-out is natuurlijk waanzin. Als je het voorzichtig doet gaat het best. De pauw van juffrouw Aalbes geeft een schreeuw. Het klinkt als 'Heeuwp.' Het klinkt een beetje als 'help.' Als kind logeerde ik soms bij mijn tante in Friesland. Die mensen hadden ook een pauw en woonden aan het water. De eerste nacht waaide het nogal en ik heb de hele nacht gedacht dat er iemand verdronk, vanwege het klotsende water en het constante 'help' geroep. Ik stelde me voor dat er iemand aan een stuk wrakhout ronddreef op het meer. En de pauw riep maar door: 'Heeuwp!' 'eeeuwp!' De hele nacht. Mijn tante reageerde op mijn ongeruste relaas en de wallen onder mijn ogen met hartelijk gelach. NIet echt didactisch verantwoord. Maar dat was ze ook niet. Toen mijn neef zei dat hij niet meer naar school wilde zei ze 'prima.' Hij ging bij zijn vader werken en last nu nog steeds kachelpijpen. Terwijl hij best slim is. Ach ja. De pauw schreeuw weer. Ik vind eigenlijk nog steeds dat het klinkt als 'help!' Ik hoor een geitje blaten. De dieren zijn onrustig. Niet zo vreemd. Het is een warme nacht. Ik steek mijn hoofd uit het raam en snuif diep. Ik ruik water, bomen en een vage mestgeur. Maar vooral pasgemaaid gras. Het gras ligt in hoopjes in de brede berm, klaar om meegenomen te worden. Er achter begint vrijwel meteen het donkerbruin gebeitste hek van de kinderboerderij. Nu zie je alleen een donkere vlek natuurlijk. Ik leun op mijn armen uit het raampje en laat de nacht op me inwerken. Ik loop altijd wel te kankeren als ik dit soort dingen moet doen maar in werkelijkheid is het natuurlijk een prima afwisseling. Een beetje voor je uit zitten dromen in de baas zijn tijd. Zeker hier, waar bijna 100% zeker niets gaat gebeuren. En als er al iets gaat gebeuren moeten we niet hier zijn maar aan de achterkant. Daar is hij de vorige keer ook binnengekomen. Dat hebben de sporenvegers tenminste vastgesteld. Boulnois heeft een prachtig kaartje gemaakt met het waarschijnlijke traject, op zijn computer. Goede vent, die Boulnois. Hij is van oorsprong archeoloog en hij mist niets. Nog geen gebroken takje. Komt alleen geen stom woord uit. Vooral op vergaderingen kan dat nog wel eens lastig zijn. Zijn afdeling is ooit bijna weggesaneerd, omdat hij het verdomde om de -zeer goede- redenen op te noemen voor het bestaan er van. Uiteindelijk hebben Liebfrau en ik hem moeten 'redden'. En daar is hij dan wel weer heel erg dankbaar voor. Maar een mafkees blijft het.
Ik hoor Brandsma op een kilometer afstand aankomen. Het is ook lastig om geruisloos te lopen, als je de voorgeschreven uniformschoenen draagt. Sufferd. Hij opent het portier en gaat voorzichtig zitten, zodat hij zijn hoofd niet stoot.
'Zo, heb je je een beetje vermaakt met de schone Zuilense dames?' Hij kijkt me aan en lacht zijn tanden bloot.'
'Nou als jij hier een dame gezien hebt vannacht heb je meer dan ik gezien! Doe mij maar Hoog Catharijne!'
'Hoog Sjacharijne? Dat meen je niet! Geniet je niet van de natuur hier, enzo?'
'Natuur? Amelisweerd vind ik al een zielig bosje. Dit is geen natuur, met alle respect. Dit is een kinderboerderij. En wat je ruikt is een berm. Een lekker ruikende, want pas gemaaide, maar toch een berm. Kijk maar, er lopen gewoon stoepranden langs. En naast de berm ligt de goot, vol met bagger, peuken en colablikjes. Em daar staan we al een halve nacht tegenaan te staan. Wat nou natuur. Doe mij maar een lastige junk of een stel dronken studentes die net van skivakantie komen.'
'Ja, wat die studentes betreft geef ik je gelijk. Wil je een peuk?'
'Ben je aan het ro-ken?'
'Ach, als je het voorzichtig doet. Je moet onder het dashboard blijven, dat is alles.' Hij haalt zijn schouders op en steekt op, zijn hoofd dicht bij de asbak.
'Jee, slim hoor, dit. Doe je zeker al jaren?'
'Ja wat dacht jij dan.'
'Over al die jaren gesproken, ik zit nu naast de grote Beenvis en we hebben alle tijd. Kun je niet wat vertellen over vroeger?'
'Moet dat?'
'Komop, eentje. Die van die alfabetmoordenaar, bijvoorbeeld.'
'Oh dat waren er twee.'
'Twee? Vertel?'
'Kijk maar in de database. Neh, goed, De echte was een schizofreen die dacht dat als hij de letters van het hebreeuwse alfabet, dat zijn er tweeentwintig, in tweeentwintig maagden kon kerven, hij Armageddon kon ontketenen of zoiets. Hij kwam tot de letter Wav geloof ik, dat waren zes meisjes.'
'En de andere?'
'O, dat was een vrouw die hem nadeed. Zij was de echte sicko. Ze was namelijk zo goed als normaal. Beetje borderliner geloof ik. Maar ze wist precies wat ze deed.'
'En waar kende ze zijn werk dan van? Uit de krant?'
'Nee, want dat hielden we stil. Zij wist het uit de eerste hand. Ze was namelijk zijn psychiater.'
'Zijn psychiater?' Brandsma, die met zijn hoofd boven de asbak zit te roken, schiet omhoog en stoot ongenadig zijn kop tegen het stuur.
'Auw!' Hij wrijft met een van pijn vertrokken gezicht over zijn hoofd. De sigaret is uit zijn hand gevlogen en tussen mijn voeten geland. Hij ligt tussen een koffiebekertje en een nutswikkel te roken.
'Wacht ik heb hem al!' Hij duikt tussen mijn benen. Ik leun achterover in mijn stoel zodat hij er beter bij kan. Hij graait tussen de rotzooi aan mijn voeten.
'Wacht, wacht. Ik heb hem!'
Op het moment dat hij dat zegt weerkaatst het lantaarnlicht op een stuk glas in de struiken, zeker vijftig meter verderop. Inzoomende telelens? Een felle flits volgt. Brandsma komt overeind, de sigaret houdt hij voorzichtig onder het dashboard. Hij ziet mijn blik-
'Beenvis? Wat is er man, je kijkt alsof je in een citroen gebeten hebt?'
'Zojuist heeft de roddelpers een foto van ons gemaakt, Brandsma.' Hij kijkt verbouwereerd. Op dat moment beweegt de cameralens nog een keer, nog een flits.
'En dat was nog een flateuze foto van ons.' Brandsma kijkt me aan en zegt het enige juiste.
'Kuhuuuuuuuuuuuuuut... '
Hij klimt uit de auto en gaat achter de persmuskieten aan maar ze rennen naar hun auto en zijn weg voor hij er bij is. De rest van onze wacht duurt veels te lang.
door Grrrits
[ link ] 51 bijdragen
Zaterdag, 20 Februari 2010
Beenvis 15
In de slaapkamer van je ouders staan stoffige stokken en stoelen. Er hangt een door motten aangevreten rode deken overheen. Ooit was dit je tent. Je zat er hele middagen in, in het rode halfdonker. Jij en het Christuskind als Salvador Mundi, op zijn troon tussen de witte vlokken in zijn sneeuwbol. Keer op keer schudde je aan de bol, en je stelde je voor dat de tent de warme beschermende vochtigheid was waar je zo ruw uit was verdreven bij je geboorte. Je vader en moeder waren allang blij dat je rustig was. Als kind was je niet te houden. Je rende nonstop achter je vader en moeder aan en wilde je volcontinu aan hen vastklampen. Als ze maar even uit je buurt gingen werd je agressief, begon je te huilen en te krijsen. Met dingen te gooien. Te gillen. Je moest continu omhelsd worden. Toen je een babytje was ging dat allemaal nog wel, je was gewoon een extreme huilbaby, zeiden de doktoren. Maar naarmate je ouder werd, werd de situatie langzaamaan onhoudbaar. Je ouders waren te einde raad, gingen bij kinderpsychiater na kinderpsychiater langs. In de behandelkamer begroef je je gezicht in de schoot van je moeder en je weigerde de deskundologen aan te kijken. Als je vader je lostrok begon je te gillen en te schoppen. De psychiaters keken hoofdschuddend toe en diagnostisceerden onvoldoende differentiatie van het hechtgezin. Uiteindelijk besloten je ouders tot een geleidelijke ontwenningskuur door middel van conditionering. Iedere keer als je omhelzing van je moeder of vader een wanhopig vastklemmen werd, zou je een zachte tik krijgen, dat was het plan. Als je dan minder hard klemde, en minder lang, zou je snoep krijgen. Het leek te werken. Maar je vader was een man met een kort lontje. Toen je op een middag niet direct reageerde op zijn tikje, sloeg hij harder. Je moeder was niet thuis die dag. Toen je je nog steeds koppig aan zijn been vastklemde, stond hij op en sloeg je hardhandig van zijn been af. Het ging wat harder dan hij bedoelde, en je was nog maar zo klein. Je zeilde door de kamer en vloog met een klap tegen de koffietafel. Daar bleef je bewegingloos liggen. Je vader had je moeten oppakken en troosten toen, maar hij dacht dat het een goede conditioneringsoefening zou zijn. Dat was het ook. Vanaf die dag was je een stuk minder aanhankelijk. En vanaf die dag begon je te fladderen en vreemde geluiden te maken. Je moeder was ongerust. Ze kon je niet meer troosten. Als ze je oppakte beet je of krabde je haar of plaste over haar heen. Je was vier maar je kreeg weer luiers om. De psychiaters diagnosticeerden regressie. Je was een behoorlijke babbelaar geweest, maar je stopte met praten. Alleen piepen en gillen deed je nog. Gillen en fladderen. Je ouders wisten niet wat ze moesten doen. Ze sloten je op in je slaapkamer,maar dat hielp niet. Tot je moeder toevallig de tent ontdekte. Ze had een laken te drogen gehangen over twee stoelen en daar vond ze je onder, eindelijk stil. Van toen af zat je in je tent. Alleen daar was je rustig, en wilde je nog wel praten, als je ouders aan de andere kant van het doek stonden. JE werd weer zindelijk maar knuffelbeesten wilde je niet meer. Alleen een grote keramieken plantenpot, met een stinkende halfdode plant in de aarde die je moeder op het balkon had staan, die nam je je tent mee in en omarmde je. Het werd je liefste bezit. Je vader vond het maar vreemd en besloot er iets aan te doen. Hij kwam met een oude beer van je aanzetten, duwde die in je armen en trok de pot weg. om zijn beslissing te onderstrepen liet hij de pot over het balkon stukvallen. Je zat in je tent en hoorde het ding stukbreken beneden. Wat kon je doen als vierjarige? Die avond kwam je fladderend en hoog gillend de keuken binnen en gooide je een beker kokend hete thee over je vader. Hij brulde van de pijn en haalde uit. Gelukkig waren het maar je melktanden. Toen je moeder in de keuken ging kijken viel ze haast flauw, want haar peuter lag met een tandeloze mond naar het plafond te grijnzen. Je had in je broek geplast en in de urine lag een handvol bebloede witte dingetjes.
door Grrrits
[ link ] 37 bijdragen
Dinsdag, 16 Februari 2010
Beenvis 14
In de middag gaan Brandsma en ik langs bij een tennisclub. Volgens de eigenaresse heeft onze sadist de barhond te pakken gehad. Het Kinderboerderijdrama is inmiddels breed uitgesmeerd op alle commerciele zenders te zien geweest, vandaar. We horen het gekreun al van het parkeerterrein. 'Hoor je dat Beenvis, kreunende tennissende vrouwen?' 'Ja Ron, strakke vrouwtjes met strakke rackets, strakke doosjes onder strakke rokjes en ruime bankrekeningen. Ik heb geloof ik nog ergens een racket liggen dat dienst doet als schepnet, jij dan?' 'Weet je, voor een ouwe lul denk je verrassend creatief over seks.' 'Ik had het over verval.' Ron gelooft me niet. Hij grijnst en geeft me een peut tegen mijn schouder. 'Ouwe rakker!' Hij loopt met een begerige blik de sportkantine binnen. Ik volg hoofdschuddend. Een bruine botoxrimpelvrouw met akelig witte tanden en doodgeblondeerd haar staat te kletsen met een stel dames dat op haar lijkt, maar dan nog een paar jaartjes ouder en een paar graadjes enger. Het geriatrische tennisduo zit in helwitte tennisrokjes zonder gravelsporen witte wijn te tanken. Ach ach dames toch. Alle geld en tijd van de wereld en toch ontevreden met het leven. Al jaren getrouwd met mannen die de hele wereld over reizen voor zaken, wat ooit heel leuk klonk. Inmiddels verzoend met het idee dat het bed met de jaren steeds leger is geworden en manlief steeds langer weg blijft. Als de jongste van de drie me ziet loopt ze joviaal zwaaiend op ons af. Het is vast de eigenaresse. 'Hai ik ben Helma!' 'We schudden haar de hand. 'Willen jullie wat drinken?' 'Graag Helma! Cappuccino voor ons allebei?' Zit Ron met dat wijf te flirten? De meeste vrouwen zien wel iets in Ron, dat snap ik maar bij god ze kan zijn moeder zijn. 'Brandsma, kijk maar uit. Dit soort vrouwen wordt je ondergang, als je niet uitkijkt.'
'Ach ik wil niks van d'r, ik wil gewoon dat ze lekkere koffie maakt. Maar jij dan? Ze is van jouw generatie.' Ik trek een vies gezicht. Als we gaan zitten grijpt Ron me bij de arm. 'Ik heb zitten nadenken Hans. Ik weet waarom je zo bleek ziet. Je moet gewoon een nieuwe liefde, om Kitty te vergeten. misschien moet je toch die buurvrouwmans van je eens proberen? Die euh... Sylvia van je?' Hij proeft de naam op zijn tong. 'Sylvia. Hoe is het daar eigenlijk mee?'
'Wel goed geloof ik? Ik haar niet echt veel meer de laatste tijd,' zeg ik geheel naar waarheid.
Hella brengt onze koffie en gaat haar zielige hond halen. Ron roert in zijn cappuccino. Ik trek een pluk tabak uit mijn pakje shag. Het wij-solliciteren-naar-huidkanker-en-leverrot-duo kijkt me vernietgend aan. Ik haal mijn schouders op, rol mijn sigaret en steek hem achter mijn oor. Ron neemt een hap schuim van zijn koffie met zijn lepeltje. Een druppel koffie valt op ons Des-Bouvrie-eske tafeltje. 'Ik snap ik niet waar je zo moeilijk over doet Beenvis. Als die overbuuv van je echt zo lekker is als je doet geloven maakt het toch niet wat er tussen haar benen hangt?' Ik verslik me in mijn koffie. Ik voel dat ik rood aanloop. Ron grijnst naar me. Ik schud boos mijn hoofd.
'Het is een vent, Ron!'
'Nou èn? Als hij nou voor 80% een vrouw is? Waarom niet?'
'Het gáát om die 20%.' Ron grijnst, 'Dat is nou lullig voor je. Kom Beenvis. Wees eerlijk. Je vond haar gewoon lekker en daar baal je van, want ze is niet wat je dacht dat ze was. Maar daarvoor... Man je wilde maar wat graag. Zelfs ik merkte het aan je. Misschien moet je het gewoon een keer met hem... haar proberen. Wie weet vind je het wel te gek?'
Ik trek een vies gezicht. En op dat moment besef ik het. Hij ziet Sylviamans zélf wel zitten.
'Weet je Brandsma, volgens mij wil jij wat hem. Haar. ' Hij slurp luidruchtig aan zijn koffie en kijkt me een moment doodserieus aan over de rand van zijn kop. Veegt zijn mond dan af en zegt: 'Weet je, zou nog best wel kunnen ook. Als er zo iemand op mijn pad komt... Ik zou er misschien wel voor gaan. Je weet toch wat John Irving zegt in Garp?'
'Nee? Die man zegt wel meer.'
'There's no sex like transsex.' Ron knijpt zijn ogen tot spleetjes en likt langs zijn lippen.
'Als ze niet je buurvrouw was zou ik het nog doen ook. XX vrouwtjes kunnen behoorlijk zeiken en zieken. Ik kan wel iemand gebruiken die tenminste zijn best doet om een vrouwtje te zijn.'
Jezus Christus. Brandsma? Terwijl we onze cappuchino leeglepelen en nadenken over de mogelijkheden van transseks lopen de twee kreuntennismeisjes van zonet naar binnen, op tennisschoenen die rood zijn van de gravel. Eentje heeft een rode veeg op haar rokje. Ze giechelen en werpen blikken naar ons, vooral naar Ron. Een heeft bruine krulletjes onder haar petje en de andere een lange blonde staart. Het zweet staat op hun gezond bruine lichamen en hun tennisoutfitjes zijn vochtig op de juiste plekken. Ik geef Ron een schop, onder de tafel.
'Staar niet zo.'
'Ik dacht na.' liegt hij.
'Tuurlijk jongen.' De meisjes lopen op hoge bruine poten en met wiegende witte rokjes naar de bar toe. Ik moet denken aan hertenstaartjes. En voel me een sukkel met een jagershoedje.
'Kijk, de wereld is misschien niet zo'n mooie plaats, maar dat levert soms wel mooie plaatjes op.' filosofeert Ron tussen zijn tanden door. De meisjes gaan zitten en hun rokjes plooien zich volmaakt rond de barkruk. De werkelijkheid is gekker dan je kunt verzinnen. Toen ik deze tent opzocht vond ik een verhaal in de database over een meid die hier twee zomers geleden wekenlang op zo'n kruk gezeten heeft zonder slipje onder haar volmaakt geplooide rokje. Op een gegeven moment ging die kruk ruiken, zo kwamen ze er achter. Toen ze haar confronteerden zei ze: 'ach vergeten!' Onze Helma deed aangifte, iets met openbare geweldpleging. Prachtig verwend rijkeluiskindje op de foto's het dossier. Akelig volmaakt. En zo vals als een drachtige teef natuurlijk, ik zag het haar zo doen. De man die de banen bijhoudt vroegen ze om de kruk te vervangen. Het schijnt dat hij de oude heeft gehouden. Om er aan te ruiken zeker. Nou ja, ik geef hem geen ongelijk.
Helma komt de kantine binnen met een lelijk kuttenlikkertje in haar armen. In het zwarte kortharige vachtje op het buikje van het beest zitten lange krassen. Het ziet eruit alsof het beest een haal van een flinke kat gehad heeft. We kijken er aandachtig naar, het was tenslotte lekkere koffie, maar ik houd het toneelstukje niet heel lang vol. Ik wil roken. Ik concludeer het onvermijdelijke en laat Ron het uitleggen. Kan hij nog even flirten met pimp-my-skin. God wat is het heet. God wat heb ik het heet. Die met die bruine krulletjes, zou ze beneden ook...
door Grrrits
[ link ] 86 bijdragen
Maandag, 8 Februari 2010
Beenvis 13
Liebfrau en Jetske lopen samen de de autopsieruimte uit, richting de dichtstbijzijnde koffie-automaat. Ron gaat natuurlijk direct achter Jetske's magistrale silhouet aan. Haalt haar in, neemt haar bij de hand, zegt iets begrijpends. Ach nou ja prima, dan kan hij het rollende-ogencircus boekstaven voor het nageslacht. Ik moet nodig roken. Kloppend op mijn zakken constateer ik dat hele erge: in mijn haast te ontsnappen aan de maffia vanmorgen vroeg ben ik mijn shag vergeten. Zo snel mogelijk nieuwe aanschaffen dan maar. Geen nood Beenvis, met vijf minuten ben je in het centrum. Met grote passen beklim ik de trappen, weg uit Liebfrau's kille domein van bevoren doden en pizzabollen. In de lange gang naar buiten kom ik Shivani weer tegen, met een pak kopieerpapier. Doet ze wel eens wat anders dan rondlopen? Weer dat rinkelende handje, weer dat lachje met die snijtandjes. Terwijl ik haar sympathiek groet in het voorbijgaan dwalen mijn ogen langs haar lichaam en ik constateer dat haar buikje een welvinkje vertoont. Ach god, ze is zwanger. Toch niet helemaal single dus. Een broze papieren droom fikt weg in een felle flits van verlangen. Zwarte asschilfers dwarrelen neer, ergens achter mijn ogen. Spijtig op mijn lip bijtend kijk ik om. Mijn oriëntalistische veroveringsdroompje wiegelt weg door de gang. Broek en topje te strak om het lijfje, de hakken hoog, hulpeloos balancerend met een pak A-4 vijfhonderd stuks tachtig gram per vierkante meter.
Buiten slaat de hitte tegen me aan alsof ik pizza-ovendeur open. Naarmate ik dichter bij het koopepicentrum kom wordt de mensenstroom dikker. Het lijkt wel of het hier ieder jaar drukker word. Roedels rondshoppende mensen met roodverbrande schouders. Moeten ze niet werken? Kleine winkeltjes met bescheiden zelfaanprijzingen worden langzaamaan vervangen door Hema's, Blokkers en ander grootgrut met TL-verlichte letterbakken. Ik weet niet of dat goed of slecht is. Je kunt nu tenminste een fatsoenlijke glazen theepot made in China kopen voor drie euro negenennegentig in plaats van een lekkend keramieken onding made in UK voor vijftien. Ik wandel een Blokker binnen en laat een Grieks tempeltje door mijn handen gaan. Slecht afgewerkt gipsen ding. En juist in die slechte afwerking zit hem de charme. Anders was het een blokje wiskunde geweest: volmaakt oninteressant als een glazen schaakspel. Juist de slordige randjes suggereren geschiedenis. Kleine Koreaanse handjes die met veel zorg... Dat is het jammere van alle massaal gereproduceerde lichtbakpuien die voor de identieke inhoud van de winkels van elke stad in dit land staan et cetera. Wat er nog herinnert aan een eigen straatbeeld, iets van geschiedenis, stopt acuut zodra je over de drempel stapt. Et voila, je staat tussen rijen griekse tempeltjes, obelisken en koning toet maskers.... Maar godjezus ik wil roow-ken. Wat sta ik hier te dromen? Ik zet Athena Parthenos' stempeltempeltje terug, wil naar buiten te lopen maar staar recht in het gezicht van Isis. Ze is blij verrast.
'Hans!'
'Hallo Isis.'
'Je kent Shanti, mijn dochter?' Nou en of. Hoewel niet van gezicht. Shanti blijkt een dikkig meisje met lang oranje-rood geverfd haar te zijn. Ze heeft net zoveel zwarte mascara op als haar moeder en verder zwarte lippenstift en een donkergrijze sweater met capuchon. Een of andere rockster staat er meer dan levensgroot op, met minstens net zoveel mascara. Dat ze niet stikt in dat ding. Shanti slaat haar ogen neer. Ik krab op mijn hoofd en zoek een uitweg.
'Je wordt al behoorlijk grijs hè Hansje?' Isis, zo heet ze echt, zat vroeger bij mij op school. Ik ben ooit op een dronken feestje in een donker hoekje met haar beland. Sindsdien heeft ze het idee dat we een band hebben. En omdat het destijds wel wat verder ging dan zoenen durf ik niet zo goed aan haar ideeën over onze band te tornen. Isis heeft grote, een beetje bolle ogen die vroeger een interessant contrast vormden met haar slanke lichaam. Inmiddels heeft dat lichaam zich aan haar ogen aangepast en ze loopt rond in een soort zwarte bedoeïen-tent-jurk, afgezoomd met gouden stiksel. Haar lange zwartgeverfde haar hangt er los overheen. Ongeveer negen maanden nadat ik met haar, euh, nou ja... kreeg ze een kind. Ik was behoorlijk bang dat het mijn kind was maar met mijn vader was ik daar al snel uit.
'Van orale seks, wat zij dus bij je deed, kun je niet zwanger worden, jongen.' Ik heb medelijden met Shanti. Haar vader zat in een Roemeens bandje geloof ik. Niet meer te traceren. Wie weet staat ze over een paar jaar in dat TV-programma, dinges, 'Spoorzoekertje' ofzo. Kijk haar dan half verborgen achter haar moeder staan, met de cappuchon op alsof ze ter plekke door de grond wil zinken.
'Ja Isis. Ik word grijs. Hoe is het met je handel?' De laatste keer dat ik haar sprak vertelde ze enthousiast over haar edelstenen-webwinkel. Overtuigd dat het een succes was, nog voor ze ook maar een steen verkocht had. Zoals wel meer digibeten verwarde ze een gelikte webpagina met een drukbezochte. Heeft haar klauwen met geld gekost ook nog.
'MIjn wat? Oh, mijn handel. Die heb ik tijdelijk in de ijskast gezet. Te druk met andere zaken!' zegt ze stralend.
'Mooi zo, andere zaken!' Ik moet haar ook geen vragen over haar leven stellen. Zo dwing ik haar te liegen. Die Shanti staat er ook steeds radelozer bij. Ik moet dit gesprek beêindigen voor ze gaat automutileren.
'ja Hans, ik ben een meditatiegroepje begonnen bij mij thuis, het loopt echt als een trein! Als je nog eens in de buurt bent, komt lekker langs! We heten Tantra Yoga Happy Group. We staan op het web.'
'Goh, harstikke fijn joh! ' Tantra is toch iets met seks? Ik knik vriendelijk en wil verder lopen. Maar Isis verplaatst haar gewicht, zodat haar bulk zich nu tussen mij en een stapel plastic prullenbakken bevindt. De stapel wankelt vervaarlijk. Shanti krabt zenuwachtig aan haar gezicht.
'En jij? Nog steeds agentje?' giechelt ze. 'Ik hoorde dat jij en Inge...' Ze kijkt me diep in mijn ogen. 'Dat jij en Inge uit elkaar zijn?' Oh mijn god. Wat moet dit mens van me?
'Ja dat klopt ja. Zeg Isis, ik ga er maar weer eens van door denk ik.' Ze pakt me bij mijn arm en trekt me naar zich toe. Mijn lichaam maakt contact met haar tentheid. Ze brengt haar mond vlak bij mijn oor en fluistert.
'Wil je niet even langskomen zo?' Is ze gek geworden ofzo? Ik trek me los, grijp haar bij haar schouders.
'Nee dat wil ik niet. Waar ben je in godsnaam mee bezig mens? Nu niet en nooit niet!' Ik stap achteruit en gooi daarbij bijna een kartonnen display die een revolutionaire dweilemmer aanprijst omver. Jezus Christus. Dit was toch al decennialang geschiedenis? Ik schud mijn hoofd naar naar Isis en loop weg, om de plastic prullenbakken heen. Zwaai nog naar Shanti, maar die kijkt alleen maar nagelbijtend naar haar modieuze nepkistjes. Ik moet denken aan vroeger, ik heb ooit echte gedragen. Sommige dingen blijven maar doorgaan, en ze worden er niet beter op. Schoenen, tempels, waanideeën...
Shag dus. Ik wandel bij de Appie naar binnen. De automatische deur glijdt open en de geur van wasmiddel beneemt me bijna de adem. Iemand heeft zeker een pallet laten vallen in de winkel. De airco werkt op volle toeren om het op te lossen, het is ijskoud. Het lijkt wel een soort helse ontsmettingsdouche, vol bibberende mensen achter rammelende winkelwagentjes vol boodschappen. Gelukkig hebben ze servicebalie. 'Twee pakjes huismerk Shag alsjeblieft.' Een magere vrouw die ik niet ken staat achter de toonbank. Ik groet vriendelijk en loop snel de warmte weer in.. Als ik buiten sta slaat de hitte me weer op mijn lijf, alsof ik voor een enorme uitlaatpijp sta. Ik steek op en geniet van een lang uitgestelde nicotinekick. Denk met een lichte rilling terug aan Isis' tenttlijf. Tantra Yoga Happy club. Jezus fucking Christus.
door Grrrits
[ link ] 63 bijdragen
Vrijdag, 5 Februari 2010
Beenvis 12
Die eerste keer... een lentedag, vijftien jaar terug, je liep naar huis met een droge broek. Niemand had je geslagen, je boeken afgepakt of je gepest. Het liep tegen het einde van het schooljaar en niemand was meer in je geintereseerd. Het was namelijk lente en iedereen was vijftien en de bloemetjes en de bijtjes hielden iedereen nogal bezig. Alleen jou niet. Je zag het allemaal wel maar je voelde er niets bij. Je liep je vaste route door Kanaleneiland naar huis, met je gezicht naar de stoeptegels gericht. Ongeveer halverwege hoorde je een bonk, een rauwe krijs en een toeterende auto. De auto reed snel weg, daarna was het stil. Je keek op. Er lag een kat bloedend op straat. Je liep er onmiddelijk op af. Lijken fascineerden je. Maar het beest leefde nog. Was zelfs nauwelijks gewond. Het was een rooie kater en hij was buiten westen door de klap. Hij bloedde overvloedig, uit drie diepe sneden die over zijn flank liepen. Je hield hem in je armen. Het bloed liep over je shirt. Je streelde de vacht en je hand werd rood en nat. Je bracht de hand met het warme bloed naar je gezicht en rook er aan. Wat je toen voelde was verwarrend en heerlijk tegelijk. Door het kloppende hart van de kat, de warmte van het lichaam en de geur van het bloed werd je geatrofieerde hypofyse voor het eerst actief. En omdat niemand ooit medelijden met jou gehad had werd je eigen medelijden liefde. Je liep een steegje in met het beest, opende een schuttingdeur en sloop een grasveldje op van iemand die niet thuis was. Je ging op het gras liggen in het lentezonnetje, streelde de gewonde kat en drukte hem tegen je borst aan. Je sloot je ogen, rook het bloed en voelde de hoe het lichaampje jouw lichaam verwarmde. Tranen sprongen in je ogen. Je t-shirt werd rood terwijl je je eerste erectie kreeg. Het was orgastisch, het was geweldig. Toen je een geluid hoorde in het huis rende je als een haas weg en liet de kat voor dood achter. Je moeder zei niets. Ze merkte niet eens dat je binnenkwam. Ze zat waar ze altijd zat, starend uit het raam, met een fles sherry op tafel.
'Dag mam' riep je naar haar uit de badkamer.
'Dag lieverd.'
Je stroopte je hardgeworden shirt en de bebloede broek van je lijf en voelde met verbazing in je kruis, waar zich zojuist het onmogelijke had voltrokken. Het is niet zo dat de gedachte aan de kat je opwond. het was de warmte en de geur van bloed, de nabijheid van iets kwetsbaars. Iets waarvan je het bestaan vaag had vermoed: de reden waarom je op gezette tijden in de maand het vuilnisbakje in de WC pakte en aan de inhoud rook. Waarom je op die tijden je hoofd in de schoot van je moeder legde, al reageerde ze daar nauwelijks op. Je kreeg weer een erectie als je aan je shirt rook. Je deed de badkamer op slot, ging op het toilet zitten met je bebloedde kleren en begon voorzichtig, voor het eerst in je leven met jezelf te spelen. Ruikend aan je shirt, dromend van de geur van het grasveld, vers bloed en een warm kattenlichaam.
Je moeder merkte niets van de verandering. Ze zat rustig op je vader te wachten. En jij bakte eieren met spek en kocht flessen sherry voor haar. Zoals je dat al jaren deed. Je vader was een pakje sigaretten aan het halen. Hij was al een jaar of twaalf onderweg. Het had nog jaren door kunnen gaan. Elke dag hetzelfde ritueel.
'Dag mam.'
'Dag lieverd.'
De alcohol in haar stilzittend lijf verdrong langzaam het lichaamsvocht.´Als je wat voelt, neem een slok. Als je nog steeds wat voelt, neem er nog een.´ Tot ze op een dag niet meer reageerde. Je bleef je moeder groeten.
'Dag mam'
Stilte.
Toen ze stopte met eten voerde je haar een tijdje en hielp haar naar het toilet. Toen ze niet meer zindelijk was zette je haar op de emmer in de douche en bond haar daar vast, want anders viel ze er af. Toen ze stopte met ademhalen, op een wintermorgen, was je verbaasd. Misschien had je haar te strak vastgebonden. Je deed de touwen wat losser. Maar ze was al koud en grijs. Gelukkig hadden jullie een grote vriezer. Alleen het spek zat in de weg. Je at wat je kon en legde het meeste op het balkon. Het vroor. Je voelde helemaal niets toen je je moeder in de vriezer vlijde en het plexiglazen deksel op haar hoofd dichtdrukte. Maar diezelfde middag ontvoerde je een dik ingepakte baby die in een maxi cosi voorin de supermarkt stond. Je nam het kind mee naar huis en drukte het tegen je kruis aan terwijl je naar je moeder keek, door het deksel van de vriezer. Je wilde iets voelen, iets als warmte, of liefde, of spijt. Maar je voelde niets. Alleen iets in je kruis, als je dacht aan een bloedende kat. In de keukenla lag een stanleymes. Je zette er voorzichtig een snee mee in de wang van de zuigeling. Het kind, dat tot nu toe alleen maar naar je geglimlacht en gebrabbeld had, keek verbaasd en zette het op een krijsen. Je suste en trooste het en likte aan het bloed. Het warme gevoel van de kat kwam meteen terug, dubbel zo hevig nu. In een roes zette je nog zeven sneden in het kind. Een op elke wang en drie aan weerszijden van de navel. Het waren maar ondiepe krasjes maar het kind was ontroostbaar. Je hield het lichaampje, dat schokte van het radeloze janken tegen je aan, tot het van uitputting alleen nog maar hikken kon en in een soort shock belandde. Toen zette je het terug in zijn plastic wiegje. Je trui was rood van het bloed toen je je pijnlijk harde lid uit je broek haalde en jezelf bevredigde. Je lust richtte zich niet op de bloedende baby of op je langzaam bevriezende moeder, hij richtte zich op de liefde zelf. Je pakte de sneeuwbol met het zittend christuskind als salvator mundi. Je schudde er mee, terwijl je jezelf aftrok. Witte vlokken dwarrelden rond de kleine christus. Je keek naar de bloedende baby, sloot je ogen en slikte. Tranen welden in je ooghoeken en je kwam klaar. Het bekrasde kind beet met grote roodbehuilde ogen en een gezichtje vol geronnen bloed op zijn handjes. Je pakte hem goed in, deed een vuilniszak om het wiegje en liep er mee naar buiten. Je liep er mee naar een flat drie straten verderop en wachtte tot de hal leeg was. Toen liep je naar binnen, zette je de wieg snel in de lift, trok de zak eraf en stuurde het kind naar de twaalfde verdieping. Op de terugweg kocht van je moeders geld een decoupeerzaag bij de doe-het-zelf winkel. Tegen de tijd dat het weer lente was had je haar een zeemansgraf gegeven, in kleine stukjes en plakjes door de WC gespoeld. Haar schoot, het bekken met baarmoeder en grijs krullend schaamhaar enzovoortsbesloot je te bewaren. Je vulde je vaders lege aquarium met alcohol en zette je moeders schoot er in. Haar ogen en tanden lagen in de vriezer.
door Grrrits
[ link ] zestien bijdragen
Vrijdag, 29 Januari 2010
Beenvis 11
Gelukkig gaat mijn wekker altijd precies op tijd. Ik droomde dat ik door de maffia in het IJsselmeer gegooid werd, in een strakke dwangbuis met kettingen. Werd wakker met de lakens zo godverdomde strak om mijn lichaam gewonden dat ik geen adem kreeg. Ik ruik aan een sok. Kan nog wel een dagje. Slik twee paracetamol. Hoofdpijn.
Als ik aankom op het bureau is Brandsma er al. Hij zit geboeid over een dik dossier gebogen en wenkt me, zonder op te kijken.
'Beenvis! Moet je dit zien!'
'Goeiemorgen Brandsma. Kop koffie Brandsma? Ik in ieder geval wel.' Ik loop naar de koffiemachine en zet mijn mok eronder. Ik druk twee keer, de tweede keer loopt de helft er overheen, maar zo heb ik in ieder geval een volle mok. Ik ga bij Ron op tafel zitten met mijn druipende mok en neem een slok. Auw. Heet. Brandsma tikt driftig met zijn vinger op een stapel foto's in een openliggende map op zijn bureau.
'Kijk hier dan!' Ik gluur er met een vies gezicht naar.
'Wat is dat, Ron?'
Goddank loopt Shivani net langs. Precies wat ik nodig heb. Ze zwaait met haar handje en knipoogt. Naar mij, niet naar Ron. Haar gouden armbanden rinkelen. Ik grijns. Shivani is de Hindoestaanse van PZ, of HR of hoe het ook heet. Ze is niet zo heel groot, maar ze heeft een mooie bruine teint, een lichaam om voor te sterven en een perfect smoeltje. Van die amandelvormige, koolzwarte ogen en zo'n gouden ringetje in haar neusje. Denk een volle roodgestifte mond en blauwzwart glanzend haar in een lange staart erbij en je hebt een aardig beeld. Zo mooi als een Indiaas godenplaatje. Maar een stuk minder heilig. En ongelofelijk aardig. Omdat ze zo klein is loopt ze altijd in strakke kleren op absurd hoge hakken het gebouw door, die haar wiegende lichaam iets hulpeloos geven: een soort 'red me vang me op' signaal dat zelfs de meest ruwe dienders niet koud laat. Neem mij nou. Ze schijnt nog vrijgezel te zijn.
Ron’s stem dwingt me weer terug naar de foto’s.
'...dus ik zoeken op “sneden” en “kinderboerderij”. Niets. Ik probeer boerderij. En wat denk je? Twee veehouderijen aan de rand van de stad meldden precies dezelfde verminkingen. Wel negen beesten. Stanleymes-achtig. Het is begonnen met een lange schram over de buik van een scharrelvarken. De eigenaar dacht aan een raar toeval, maar het is waarschijnlijk de eerste keer geweest.' Brandsma zoekt in de stapel en laat me de foto’s zien.
'Van wanneer zijn die rapporten?'
'Anderhalf jaar oud ongeveer. Maar er is meer. Vannacht werd ik wakker en bedacht ik dat het onze sadist vast niet uitmaakt wat hij pakt. Als het maar weerloos is en bloedt. Dus vanmorgen vroeg, ik kon toch niet meer slapen, heb ik ook nog gezocht op mishandelde huisdieren. Ik vond vooral verwaarlozingen en ritueel verbrande katten enzo natuurlijk. Maar ik heb zeker vier gevallen gevonden die van onze man kunnen zijn.'
'Àls het een man is, hè. Allemaal uit dezelfde buurt?'
'Nee, helaas niet, zo slim is-ie wel. Maar het zijn wel allemaal snedes in de buikstreek, en soms ook op de keel.'
'Met een stanleymes-achitg iets?'
'Kijk maar.' Ik bestudeer de foto’s. Ik zie een hond met sneden rond de hals die ook van een halsband zouden kunnen zijn. Katten onder het bloed. Het is niet erg eenduidig.
'Deze foto's zeggen me niet zo heel veel Ron. Kan van alles zijn.' Brandsma kijkt teleurgesteld, maar hij knikt. Bladert verder door zijn stapel en vist er een printje uit.
'Wat vind je hiervan dan?' Het is een onscherp uitgeprinte foto, maar het is duidelijk een krijsende baby. Over de wangen en het blote buikje lopen horizontale, bloedende strepen. De kleertjes zitten vol met bloed.
'Van wanneer is deze foto?'
'Twee jaar terug. Dat jochie verdween in een winkel en werd in een lift zo teruggevonden.'
'Wow. Verder niets met mensen?'
'Nee, anders lag het wel hierbij.' Ik tuur naar de huilende baby en bijt op een duimnagel. Ron kijkt me aan.
'Denk je dat het van dezelfde persoon is?' Ik haal mijn schouders op.
‘Waren jullie nog van plan vandaag te komen, of niet?’ Liebfrau wandelt de deur binnen in volle uitrusting, witte jas aan, handschoenen en instrumenten puilend uit zijn zakken, happend in een enorme italiaanse bol. Hoe komt hij daar in hemelsnaam aan op dit uur? ‘Jetske van de dierenkliniek is er al.’ Een blonde stoot in labjas kom acter hem aan naar binnen lopen. Ron staat meteen op van zijn bureau. We schudden haar hand.
‘Jetske Ydema.’ Wow, wat een felblauwe ogen, wat een blakende Friese welstand. Hoge jukbeenderen, de labjasdrukknoopjes onder spanning op de juiste plekken. En ik wed dat die wimpers zonder mascara hartstikke blond zijn.
'Ron Brandsma, en dit is Hans Beenvis.' Ik kijkt hem schuin aan. Hij haalt zijn schouders op. Doet daarna alsof hij in de bol van Liebfrau gaat bijten en krijgt een tik tegen zijn hoofd met een losse rubber handschoen. 'Als je het maar laat, jongeman!'. Jetske gniffelt. Oh wacht er zijn weer vrouwen in de buurt. Uitslover.
'Hoe kom je aan die bol op dit uur Liebfrau?' vraag ik.
'Vacuum zak erom, invriezen, magnetronnetje... Kom, ik ben toch de specialist vleeswaren hier?' Liebfrau grijnst breed en zet zijn tanden in een stuk bol waar een plak salami uithangt. We wandelen naar beneden en Jetske vertelt over de praktijk waar ze werkt, van een oudere dierenarts in Groenekan. Vooral met huisdieren maar ook op boerderijen. Ze is afgestudeerd op schapen. En een schaap is niet ver van een geit. Right.
Liebfrau's domein verschilt niet eens zoveel van de rest van het bureau. Je moet er alleen een paar trappen voor af en zijn er geen ramen of potplanten. Liebfrau had ooit plastic potplanten staan, maar die verkleurden naar een soort blauw door de lage temperatuur. Geen gezicht.
'Heb je al ideeën over onze geit, Liebfrau?' vraag ik. Hij lacht en hapt in zijn bol.
'Dat beest ligt in de koellade waar jullie hem ingestopt hebben en ik heb er verder nog niet meer naar gekeken. '
'Oh wacht, Brandsma, zou jij die foto's van je van daarnet nog even willen ophalen?' Als Ron weer benenden is stallen we ze uit op een dissectietafel en vergelijken ze, onder de deskundige blik van de patholoog anatoom. Kenmerkende lange sneden over de dierenlichamen, dwars op de lichaamsas, bij zeker zeven dieren. Jetske word rood. Ze maakt zich kwaad. Professioneel als hij is laat Ron de baby niet zien. Daar heeft ze niets mee te maken. Liebfrau wijst op details en eet met smaak de laatste happen van zijn bol.
'Kijk nou, een serieële beestendoder, die hadden we nog niet gehad,' hij likt zijn vingers af.
'Hé, tot nu toe maar eentje hè,' zegt Ron. Priscilla is het eerste officieele dodelijke slachtoffer. Liebfrau klopt Ron grijnzend op de schouders. ‘Priscilla zeg je? Goed hoor. Oké iedereen zijn eten en koffie op? Klaar met geiten? Dan kunnen we beginnen!' ...Liebfrau.
We lopen naar een stalen muur vol met luiken met grote metalen handvaten. Doet me altijd denken aan de enorme kelderkeuken van de pizzeria waar ik werkte als student. Stapels identieke pizza's. Op elke deur een sticker: 'Quatro stagioni, Napolitana, Frutti di mare...' Op deze deuren zijn de etiketjes verwisselbaar. Liebfrau opent de sluiting van een luik met 'Priscilla - geitje' erop, Ron's handschrift, en trekt een lange lade open. Het diertje ligt op de vuilniszakken, exact zoals we het hebben achtergelaten. Het kraaloogje is mistig geworden, het oogvocht zal wel bevroren zijn. Jetske en Liebfrau tillen het diertje op een brancard en rijden het naar de autopsietafel. Ze leggen het op de roestvrijstalen platen, halverwege hoofd en voeteneind. Het dier ligt wat verloren tussen de metalen hoofdeind en de kraan bij het voeteneinde. Liebfau's instrumenten liggen al uitgestald. Ik zet de videocamera aan.
Jetske buigt zich over het dier, betast het aandachtig en geeft een nauwkeurige omschrijving van elke snee, plus de anatomisch correcte naam van het lichaamsstuk waar hij geplaatst is. Liebfrau schrijft op, vult hier en daar aan of stelt vragen. Het klink vast indrukwekkend, als je het voor de eerste keer hoort. Maar het is wat mij betreft wat slaapverwekkend. Mijn blikken dwalen naar Jetske’s achterkant. En van daar dwalen mijn gedachten naar mijn ex die vanavond langs komt met de tweeling. Ik moet er voor zorgen dat we kalm en lief het grut uitwisselen. Ik wil niet papa de boeman worden. Vorige keer ging het ook niet zo goed. Kom op, Beenvis, volwassen reageren. Ik realiseer me dat Ydema me zojiust een vraag gesteld heeft.
'Sorry wat zei je?'
'Of jullie dit al opgemerkt hadden?' Jetske’s gehandschoende hand steekt tot aan haar pols in een gat ergens onder het borstbeen van Priscilla.
'Wat is dat?'
'Nou, bij een mens zou je dit een keizersnee noemen.'
'Hè wat? Was het beestje zwanger?'
'Was, inderdaad.'
'Zijn er ook foetusjes dan?'
'Ik voel wel iets?' Ze grijpt naar binnen trekt het met enige moeite uit het halfbevoren kadaver.
'Gatverdamme!' Professioneel als ze is legt ze het ding nog wel op de roesvrijstalen tafel, maar ze doet drie stappen achteruit en zoekt werktuigelijk naar een kraan om haar handschoenen te wassen.
Liebfrau loopt naar het ding toe en kijkt geintereseerd. Hij port er in met een scalpel en het breekt open. Een dikke, afschuwelijk naar rotting stinkende halfbevroren bruine brij loopt eruit.
'Jee, dit wordt al maar interesanter Beenvis.' Liebfrau hangt onaangedaan boven het ding dat er zelfs in half bevroren toestand al afgrijselijk uitziet.
'Dit is, of dit was een oog, en menselijk oog misschien zelfs. Maar dat zou ik moeten uitzoeken. Hij is bijna vloeibaar, nu. Haha, Vies hoor.' Liebfrau grijnst: 'Zo zie je maar weer, dit geitje heeft een oogje op ons. Ik heb zin in koffie met melk, ineens. Wie loopt er mee naar de koffie-automaat?'
door Grrrits
[ link ] 23 bijdragen
Dinsdag, 26 Januari 2010
Beenvis 10
Brandsma noteert driftig. Goedzo. Hoef ik het niet meer te doen. Zijn
aantekeningen zijn sowieso beter dan de mijne. Ik probeer de stank te negeren en zoek de L op mijn mobiel. Liebfrau moet ik hebben. Hij neemt meteen op. Dus hij is niet aan het werk.
'Hé, Liebfrau? Beenvis hier. Heb je nog ruimte voor een spoedautopsietje tussendoor?'
Liebfrau klinkt altijd alsof hij met zijn mond vol praat. Vaak is dat ook zo: 'Man, ik hou van je, maar je weet hoe vol we zitten. Over drie weken op zijn vroegst.
Dinsdag vertrek ik weer naar een apenland. ...Hoezo autopsie-tjuh?'
'Dwerggeitje.'
'Wat?'
'Een dwerggeitje.'
'Je maakt een grap.'
'Ik ben bloedserieus. Kan ik morgenochtenvroeg komen?'
'Je hebt zeker een gaatje in je hoofd? Oké, goed, kom maar dan. Maar het wordt wel een haast-je-rep-je-klusje dan. En je moet er een dierenarts bij regelen, want ik ben niet zo thuis in
geitjes.' Thuis in geitjes. Liebfrau en zijn woordspelingen. Ik hang op en zucht. Brandsma kijkt op.
'Gaat het lukken?'
'Ja, maar hij wil er een dierenarts en een parasol en een ramkraakmobiel bij. Ga jij even de auto tegen de tape aanzetten?' Ik wenk mevrouw Aalbes.
'Kom
mevrouw, laten we niet hier in de stank en de vliegen blijven staan. Morgen komt
er er een specialist naar uw pony kijken. We nemen nu dit geitje mee, voor nader onderzoek. Als u het goed vindt?'
'Moet er geen speciale wagen voor Priscilla komen?'
'Nee onze auto's zijn speciaal uitgerust, ook voor dit soort klussen. Daarom lijken ze ook allemaal zo op elkaar. Standaardmodel, ziet u?' Ze lijkt me te geloven. 'Ik heb alleen een paar vuilniszakken en een kruiwagen van u nodig.'
Brandsma rijdt de wagen tegen de afzettingstape aan. Juffrouw Aalbes wil het geitje al optillen, haar roetzwarte permanent met grijze uitgroei wiebelt vervaarlijk boven het dode dier, maar ik hou haar tegen. Brandsma komt met de plastic weggooihandschoentjes. Hij geeft me een paar. Als onze hobbysadist geen handschoenen heeft gebruikt moeten
zijn vingerafdrukken.... Hopelijk ook op een haarloze plek. We trekken het
kadavertje met enige moeite van het stro. Brandsma pulkt de met geronnen bloed vastgekoekte strohalmen er zoveel mogelijk af, terwijl ik het omhoog hou. Het dooie geitje zinkt met een zacht plofgeluidje in elkaar in de kruiwagen, de tong glijdt nog verder uit de bek. Er komt er nauwelijks nog vloeistof uit, het
beest is totaal leeggebloed. Het lijkt alsof het me aankijkt, met die rare horizontale pupil. Die ogen hebben ze natuurlijk om tegen verticale kliffen op te springen, net zoals leeuwenogen zijn om te jagen op de horizontale savanne. En dan sta je op een heuveltje van een meter. Dan ben je toch haast blij als er eens een sadist langskomt. Maar de geitjes op de berg vinden van niet. Ze lopen mekkerend zover mogelijk van ons weg als we met de dampende kruiwagen vol ongepelde shoarma naar buiten komen, een wolk vliegen achter ons aan. 'Turkie Turkie schapie schapie
slachten?' grijnst Brandsma. Ik kijk hem alleen maar aan. We wringen ons nog een laatste maal onder het
rood met witte tape door en leggen het beest achterin de kofferbak op wat vuilniszakken. De knokenkoningin kijkt toe. Ik zie dat ze haar tranen verbijt. Ik loop nog even met haar mee naar haar
auto. Ze houdt zich groot maar loopt onvast, haar hand in het verband voor zich uit alsof het een vreemd ding is. Ik schud mevrouw Aalbes' linkerhand, groet haar vriendelijk en adviseer haar verder het
initiatief van de politie af te wachten.
'En kalm aan met die hand hè.'
'U
ook met uw hand, en met uw zitvlak. Verkouden ben je zo!' Ach ja mijn kont. Hij is al weer bijna
droog. Ik knik vriendelijk en ga Ron opzoeken. Hij heeft al een vuilniszak over de bijrijderstoel gelegd. 'Raad eens wat ik voor je heb,' zegt hij onderweg naar huis.
'Een jaar lang gratis roken? Toestemming om verder te gaan met de werfmoorden?'
'Bijna. Een dierenarts. Ze heeft morgen tijd en ze is zeer vereerd dat ze aan ons onderzoek mag meewerken.'
'Leuk. Maar onnodig. Kun je haar niet afbellen?'
'Ik heb het al geregeld met HR.'
'Wat de fuck is nou weer HR.'
'Human Resources. Heette vroeger PZ.'
'Personeelszaken. Zeg dat dan.'
'Maar het heet HR, nu.'
'Ach val dood.'
'Goed maar dan moet ik eerst vervanging regelen met HR.'
'...'
We rijden de parkeerplaats op. Brandsma gaat een kruiwagen zoeken en komt terug met een van Liebfrau's brancards. We leggen het geitje erop, maar dat is een raar gezicht. We gooien er wat vuilniszakken
overheen voor we het beestje richting de koelcellen in de kelder rijden.
Als mijn ex belt sta
ik net een ei te bakken. Ik heb een deken voor mijn
huiskamerraam gespijkerd. Een prettige oplossing is het niet.
Vanuit de keuken
zie ik dat buurvrouwmans het licht
aanheeft en yogaoefeningen doet. Hij/zij is ook nog eens heel
spiritueel. Gelooft dat-ie in een vorig leven een vrouw was. Werd koning ofzo toen haar man stierf, ging haar hele leven
in mannenkleren gekleed. Dat werk... Toch heeft hij-ze, nou ja het, echt magistrale tieten in dat yogapakje, ik weet dat ze nep zijn maar kan niet ophouden ernaar te kijken, terwijl ex in mijn oor tettert over wie de tweeling wanneer enzovoorts. Ik leg de telefoonhoorn neer en
kijk spijtig naar de vetvlekken op de hoorn en op mijn broek.
Kutwijf. Ik pak twee boterhammen uit de trommel en laat het ei erop glijden. Loop de donkere huiskamer in en zet de tv aan om de boel te verlichten. Het beeld van het Journaal, met 888-doventeletekst voor de
ondertiteling. Ik verdiep me in mijn ei. Daarna een duik in de kast voor wat kleren voor morgen. Zwarte bloes en zwarte spijkerbroek. Afgezien van mijn uniform
heb ik alleen maar zwart. Combineert lekker makkelijk. En is nog een reden waarom Steehouwer en ik
het maar drie dagen samen uitgehouden hebben. Ze dacht dat ik zwart droeg naar het bureau als een soort statement. En toen keek
ze in mijn klerenkast. Dat en nog een paar andere dingen. Misschien moeten Steehouwer en ik het nog eens
proberen? Ach, fictie.
Liefde zonder misverstanden, moet net zoiets zijn als gezonde
sigaretten. Ik laat de kleren op het verzakte tweepersoonsbed vallen en loop naar de douche. Terwijl ik me uitkleed verbaas ik me
erover hoe vies de douchetegels eigenlijk zijn. Komt doordat er een nieuwe lamp in zit, eentje van 60w. De vorige was 40w. Eigenlijk zou
ik schoon moeten maken. Maar ja, wanneer kom je nou in de douche? Of
onder het bed? Of achter de bank? Moet je toch mee uitkijken Beenvis. Laat ex-lief het maar niet zien. De tweeling zat hier laatst ook op de vloer met de mond vol stofvlokken. Ik neurie een popliedje
onder het douchen, geen idee wat, en neem me voor schoon te gaan maken. Morgen. Ik wandel naakt de douche uit en hoop dat buurvrouwmans me ziet. Maar het licht aan de overkant is uit.
door Grrrits
[ link ] vijftien bijdragen
Maandag, 18 Januari 2010
Beenvis 9
Ze haalt haar neus op en schudt haar hoofd.
'Ach meneer, ik heb hier niets over te zeggen. Het is echt te erg voor woorden. Komt u maar kijken.' We bukken en lopen onder het tape door. Op het eerste gezicht is er niets aan de hand. Meteen achter een bruingebeitst hek begint een kippenren. De kippen lopen kalm pikkend rond in het kippengaas. De kinderboerderij is een nette bedoening. De hokken en stalletjes zijn afgewerkt met rollenteer, met van die kleine steentjes er in. Een paar hokjes, waaronder de duiventil, hebben een heus rietdekje. Er hangt een stevige beestenlucht. De bottige dame gaat ons voor, langs een stapel strobalen. Een pauw loopt nonchalant voor onze voeten, zijn staartveren slepend door de modder. Het pad tussen de stalletjes ligt vol met plassen. Heeft het geregend dan? Gisteren? Oh wacht, vanmorgen lag ik natuurlijk nog te slapen. De mevrouw stopt bij een pony die achter een houten hek staat, afgewerkt met stevig groen draadgaas.
'Dit is het eerste slachtoffer.' Ik zie niets. De pony staat stilletjes, in zichzelf gekeerd, in typische pony-pose, bij het hek.
'Ach Jantje, arme schat.' De magere vrouw steekt een hand uit om het dier aaien. De pony zet meteen zijn tanden erin. De mevrouw geeft geen kik maar wordt spierwit. Ze wankelt achteruit. Brandsma vangt haar nog net op tijd op. Haar hand bloedt flink, maar het is niet echt ernstig, zo te zien. Het beest heeft geen vingers afgebeten.
'Heeft u ergens een EHBO koffer?' Altijd attent, die Brandsma. De mevrouw knikt.
'Ga jij haar even verbinden en ontsmetten, Brandsma?' De vrouw staart naar haar hand alsof hij eraf is. Ze loopt weg, in een soort trance, met Ron achter haar aan. Ik loop voorzichtig naar de pony toe. Zorg dat ik buiten bereik van de tanden blijf. Pas als ik door mijn knieen ga zie ik het. De buik van het beest zit vol met diepe kerven, Alsof iemand er met een ouderwets Stanleymes in heeft zitten snijden. Vliegen lopen gulzig over de geronnen bloedkorsten. De sneden bloeden niet meer. Ik wurm mijn hand door het gaas en steek een vinger uit om aan de buik te voelen. De pony maakt een plotselinge beweging. Ik schrik en verlies mijn evenwicht. Natuurlijk land ik in een modderplas, mijn hand pijnlijk bekneld in het gaas. En natuurlijk komt de vrouw net op dat moment met haar hand in het verband teruggelopen, met Ron. Ze schiet spontaan in de lach, als ze me ziet zitten. Ron kijkt discreet naar de lucht. Ik lach een zuur lachje mee, trek mijn pijnlijke hand uit het gaas en ga snel weer staan. Mijn zitvlak is doorweekt. Maar de pony trekt al gauw weer onze aandacht. 'Heeft u het gezien? echt ontzettend hè meneer!'
'U hebt gelijk. Dit is inderdaad akelig, mevrouw ...?'
'Aalbes, Vera Aalbes. Ze reikt me haar niet verbonden linkerhand. Ik schud hem, eveneens met links. 'En u bent?'
'Rechercheur Beenvis. Hij daar is rechercheur Brandsma.'
'Fijn. Ja. Juist. Juist... ' Vera bestudeerd het witte verband om haar hand, dat rood begint te kleuren.
'Ach, Beenvis! Ik had natuurlijk al over u in de krant gelezen. Moord en doodslag is uw vak, nietwaar? Ik moet zeggen, ik lees jullie strapatsen altijd met interesse. Maar het is toch totaal iets anders als het je eigen boerderijtje treft, snapt u dat? Och deze man moet wel door de duivel bezeten zijn. Bent u al bij de geitjes geweest, bij de bokkenheuvel?' Ze gaat ons voor naar een zeshoekig tuinhuisje, dat als stal voor de dwerggeitjes dient. Drie geitjes staan dicht op elkaar bovenop de geitjesberg, zo ver mogelijk weg van hun stal. Vera opent de deur en de roestachtige lucht van stollend bloed, gemengt met de geur van stront, walmt ons tegemoet. We lopen gebukt naar binnen. Het is heet onder het teerdak. Een wolk zwarte vliegen danst boven een hoop met bloed doortrokken stro. Middenop het stro ligt een dwerggeitje. Het bekje staat open, de gewollen tong steekt er een stukje uit. De keel is finaal doorgesneden. Een glazig oog staart naar nergens in het bijzonder. Het lijfje zit van top tot teen vol lange kerfsporen. Dezelfde als bij de pony. Ik schud mijn hoofd en bijt op een nagel.
door Grrrits
[ link ] 42 bijdragen
Maandag, 11 Januari 2010
Beenvis 8
- 'Wat? Dat meen je niet? Ik kom eindelijk op dreef met die werfmoordenaar! Als we geen resultaten boeken wordt onze cold-casesubsidie weer ingetrokken! Van Brienenoord! Dit kun je niet maken!'
'Maak er geen drama van, jongen. Ik beloof je dat ik de werfmoorden voor jou in de kast laat liggen. Je kunt er meteen weer mee aan de slag, zodra je deze kinderboerderijzaak hebt opgelost. Begrijpen we elkaar, Hans?' Hij speelt met zijn parkerpen met de inktvlekken en kijkt me doordringend aan. Ik weet uit ervaring dat verder bakkeleien geen zin heeft.
- 'Oké, goed dan. Ik ga me wel vast inlezen.' Ik wil opstaan. Ik moet nodig roken.
'Nee, ik wil dat je er nu heengaat. Ze hebben net gebeld uit Zuilen. De sporen zijn nog vers.'
- 'Fijn, Van Brienenoord. Ik ga wel buiten spelen.' Hij schudt zijn hoofd.
'Beenvis, ik doe dit niet voor niets. Kijk toch eens naar jezelf man! Je trui zit onder de roos en er zitten vlekken op je broek, ik wil niet eens weten waarvan... Je verwaarloost jezelf. En je werk wordt er ook niet beter op. Heb je dit al gelezen?' Hij houdt een Telegraaf omhoog. 'Zeperd zelfverbrandingszelfmoord Neudeflat.' staat er, over zeven kolommen. Daaronder: 'joeg deze agent een dichter de dood in?' Daar weer onder een haarscherpe foto van de walmende deken, met mij en Kitty er achter. Je kunt mijn handen bijna zien trillen. Genomen vanuit de Neudeflat, zo te zien. Die concierge kan straks leuk een midweekje weg denk ik... Ze hebben zelfs 'Endymion' afgedrukt. Mijn God. Ik sabbel op de filter van mijn sigaret en staar naar de krant en naar mijn gesaneerde chef.
- 'Van Brienenoord? Je gaat me toch niet vertellen dat je ineens alles gelooft wat in de krant gedrukt staat?
'Luister goed jongen, Je weet best dat ik geen jota geloof van wat hier allemaal staat, maar vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dit verhaal staat in alle kranten. Hier, nog een keer, in het AD: 'Joeg de politie deze dichter de dood in?' We moeten nodig wat PR voor ons corps doen. Het lijkt me dus een goed idee dat jij en Brandsma zometeen in de auto stappen en naar de Bokkenheuvel rijden. Ik stel voor dat je meteen gaat. Dat was het. Prettige middag, Beenvis.'
'Ik...' Ik wil reageren maar hij heeft zich al afgezet. De wieltjes onder zijn stoel rijden over het zeil naar zijn computertafeltje. Hij draait me zijn rug toe en pakt de muis. De aquariumscreensaver op het scherm verdwijnt en een leeg word-document floept tevoorschijn. Ik sta op.
- 'Fijne middag, Van Brienenoord.'
'Ja dag hoor.' God ik mis mijn joviale chef. Ik sluit de deur van het kantoor, steek op in de gang en loop naar de kamer van Steehouwer en Brandsma. De deur is dicht. Ik hoor gegiechel. Ik klop en doe de deur open. . Steehouwer zit met een rood gezich in haar stoel. Brandsma staat met paperclips tussen zijn lippen en papieren konijnenoren in zijn haar op zijn stoel.
- 'Ron?'
'Ja?' Hij blijft staan.
'Kom, we gaan naar Zuilen.'
'Laat me raden. De...' Hij trommelt op zijn borst voor de spanning... 'De kinderboerderij!' Hij hopt op en neer op zijn verende stoelzitting. Kitty grinnikt zenuwachtig. Ron springt proestend op de grond. Ik loop zonder iets te zeggen naar buiten en sla de deur achter me dicht. Ron gooit de deur open en komt achter me aan.
'Hé ho Beenvis, ho, wacht nou even, man!' Hij spuugt de paperclips uit en trekt de konijnenoren uit zijn haar. 'Vat niet alles gelijk zo persoonlijk op man?' Ik zucht. Ik duw hem opzij en loop weer terug naar binnen. Kitty heeft nog steeds rode wangetjes. Maar ze klopt op de stoel naast haar. Ik ga er op zitten en kijk ze allebei langdurig aan.
'Kunnen we afspreken dat we net doen alsof dit normaal is, met zijn allen? Ik voel me nog steeds niet lekker.'
'Tuurlijk Beenvis, en sorry. ' Steehouwer bloost. Ze zwaait als we de deur uitlopen. Terwijl we de lange gang met vloerbedekking tegen de wand aflopen, trek ik nog een paperclip uit Brandsma's haar, en geef hem een klap tegen zijn kop. Hij is een bijzonder goede rechercheur aan het worden. Hij ziet geen detail over het hoofd. Maar hij denk te makkelijk over de dingen. We werken bijvoorbeeld nog maar vijf weken aan de werfwoorden, maar hij denkt dat het al opgelost is. Ik niet. 1 + 1 is niet altijd zo maar 2. Hoe langer je in dit vak zit, hoe beter je dat ziet. Ach, hij komt er nog wel achter. We lopen naar de parkeerplaats op, naar onze burgerauto.
'Ken jij de weg naar Zuilen, Bransma?'
'Slapend, Beenvis.'
'Mag jij rijden.'
Als we uitstappen is de kinderboerderij al afgezet met rood-met-witte tape. Een lange, knokige dame loopt op ons toe. Ze heeft een mager, roodbehuild gezicht en een roetzwart permanent met grijze uitgroei.
'U bent van de politie?'
'Ja inderdaad. Hoe weet u dat?'
'Jullie hebben altijd dezelfde auto's.'
door Grrrits
[ link ] 54 bijdragen
Maandag, 4 Januari 2010
Beenvis 7
- 'Ik had gewoon te veel gedronken! Dat was alles. Die Van Aartsenbarbeque was gewoon even too much. Verder niets aan de hand. Oké?' Ik pak mijn shag uit mijn borstzak en wil er eentje gaan rollen. Van Brienenoord schudt ernstig met zijn wijsvinger en wijst met zijn kin naar de glimmend nieuwe 'verboden te roken' sticker boven zijn deur, onder het geelgerookte plafond. Wat een tragiek. Sinds die dottertoestand lijkt hij de fucking Gezondsmurf wel. Vroeger was hij zo leuk. Een beetje gezet was-ie, een gezellige dikkerd zeg maar. Hij dronk en rookte het hardst van ons allemaal en je zag altijd een twinkeling in zijn ogen. Hij was onze aanvoerder, onze gids. Nu glanzen zijn ogen dof in een gezicht vol verticale rimpels. Hij heeft de waarschuwingen van de dokter letterlijk genomen. Hij drinkt alleen nog maar wortelsap, rent twee keer per week vijf kilometer hard en wil onze afdeling net zo behandelen als zijn lichaam. Vroeger ging er nog wel eens wat rond na het oprollen van een wietplantage, maar dat kun je nu mooi vergeten. Zelfs de losgeknipte fietsen'regeling' is niet meer. Het prikbord in de kantine hangt vol met calorie-onzin-A-4tjes van het internet. En het allerergste: Van Brienenoord heeft een koffiequotum ingesteld. Niet meer dan zeven bekertjes per dag... Gelukkig trekt geen mens zich er wat van aan, maar het schept een rare sfeer. Zoals Ron het zegt: 'Van Brienenoord kijkt te diep in zijn eigen urinemonsters.' Ik glimlach naar mijn chef en steek mijn shag terug in mijn borstzak.
- 'Luister Van Brienenoord, ik ben zo gezond als een vis. Ik garandeer je dat ik met een paar dagen rust en een rondje onveilige fusten in beslag nemen bij studentenverenigingen weer helemaal je man ben.'
'Als je het maar laat. Ik heb me vorig jaar in een bocht moeten lullen bij de baas van het OM vanwege die fustentruc van jullie. Zijn kinderen studeren hier, weet je nog? En daarnaast: ik maak me zorgen om je. Je rookt als een ketter en je ziet steeds witter. Te wit voor de tijd van het jaar. Je komt niet genoeg buiten. Sinds je vrouw bij je weg is zie ik jou alleen maar bergafwaarts gaan, jongen. Nee, laat me uitpraten. Je bent onmisbaar en we willen je nog lang houden. Maar je zorgt niet goed voor jezelf. Wat gisteren gebeurde bevestigt voor mij alleen maar wat ik al langer denk. Je hebt rust nodig, Beenvis. Ik heb besloten om je van je onderzoek te halen. Nee, spreek me niet tegen. Je moet naar buiten. Al dat gesnuffel in de archieven en in die werfkelders... Kijk eens in de spiegel jongen. Je moet nodig wat zon op je bakkes. Dat onderzoek loopt niet weg. Een cold-case is een cold-case en blijft dat nog wel even.'
'Maar wat moet ik dan gaan doen chef? Klaar-overen?' Hij schudt zijn hoofd en glimlacht.
'Nee, jongen. Ik heb een perfect klusje voor je gevonden. Waarbij je kunt uitrusten en wat zon opdoen.'
'Oh fijn, ik mag de tuin van het bureau gaan doen?'
'Haha. Nee, heb je van de kinderboerderijenzaak gehoord?' Ja daar maken we al een week grappen over. Bloedende aaigeitjes en panische pony's. Typisch een geval van verveelde tieners, als je het mij vraagt. Hij denkt toch niet dat ik... 'Dat is nu een ernstige moordzaak geworden.'
- 'Ja, ik heb er van gehoord ja. Sorry, wat? Zei je moord? Wie is er dood?'
'Ach nou ja moord, dierenmoord. Gisteren is een dwerggeitje moedwillig om het leven gebracht, bij "De Bokkenheuvel", een kinderboederij in Zuilen. We willen al een week of wat iemand op de zaak zetten, maar iedereen heeft het te druk. Daarom heb ik besloten dat jij en Ron Brandsma het gaan uitzoeken. Lijkt me een ideaal klusje voor je, op dit moment.'
door Grrrits
[ link ] 39 bijdragen
Maandag, 28 December 2009
Beenvis 6
Je schudt met je sneeuwbol en houdt hem tegen het rode licht. In het halfduister dwarrelen de vlokken erin rond als eiwit in een baarmoeder. Keer op keer schud je met de plexiglas bol en kijkt glimlachend hoe de sneeuwvlokken er in uitvlokken. Je boosaardig noemen zou onjuist zijn. Je wilt de mensen om je heen niet kwaad doen. Niet perse. Je mijdt ze liever. Maar je hebt bepaalde... behoeften. Behoeften die groeien met de jaren. Temidden van de zwevende vlokken zit een glimlachende baby op een troon. Het is een plastic replica van het zittend christuskind als Salvator Mundi. Dat weet je omdat het op de onderkant staat. Wat Salvator Mundi precies is weet je niet. Het maakt ook niet uit. Je hoeft het niet te weten om te houden van deze Salvator Mundi. Je houdt de bol tegen het licht en bidt, terwijl je naar de dwarrelende vlokken kijkt: 'Onze vader die in de hemelen zijt, uw koninkrijk kome.' verder dan dat kom je niet. maar het is genoeg. Voor jou is 'onze vader' dat kind, dat onaangedaan, glimlachend op zijn kleine troontje zit, in zijn kleine hemelen tussen de zachte vlokjes in het rode licht. Je bidt en je lichaam schommelt zachtjes op het ritme van je stem, die de zinnen herhaalt als een mantra. Je zit onder een waslijn die door de kamer gespannen is, waar bebloede doeken en voorwerpen aan hangen, en staart devoot naar je kleine godje. Je denkt aan het moment dat je de sneeuwbol kreeg, van je vader. Als souvenir van een reisje naar Marbella. Je vader legde zijn hand op je hoofd legde en zei, 'Deze christus zal een lichtje zijn op je pad, mijn zoon. Ik heb hem speciaal voor jou gekocht.' Die hand op je hoofd. Hij raakte je niet vaak aan, je papa. De bol is het enige wat je ooit van hem gehad hebt. Papa. Onze vader. Je schudt nijdig je hoofd. Nee! Onze vader is Jezus en jezus is in de hemelen. Tussen de vlokken. je begint harder te bidden, schommelt diftig heen en weer. Je voelt dat je moet plassen. 'Onze vader die in de hemelen zijt u naam worde geheiligd en uw koninkrijk ... KOME!' bij 'kome' plas je in je broek. Je glimlacht en kust de bol. Aan je voeten lig een rood katje. Het wordt nat van je urine maar het blijft liggen.
door Grrrits
[ link ] 28 bijdragen
Vrijdag, 11 December 2009
Beenvis 5
- 'Nou! Euh... nou zeg, Van Aartsen, jij hebt niet stil gezeten de afgelopen jaren, zo te horen. Indrukwekkend hoor, al die kennis. Wat vond je van Catullus?' Van Aarsten grijnst. Hij voelt in de grote zakken van zijn legerbroek en haalt een druipende pocket tevoorschijn. 'Wie is wie in de Griekse Mythologie?' staat er op. Mijn hart zakt in mijn schoenen. Dit is nog erger dan ik al dacht.
- 'Goh. Mag ik eens zien joh? 'Van Aarsten komt naar me toe en geeft me het boek. Ik kan hem nu overmeesteren, maar ik doe het niet. Dit gaat prima zo. Nog even doorslijmen en hij loopt gewoon mee naar beneden. Scheelt weer gezeul met spartelende benzineman op ladder.
- 'Dit is mijn schatkist, Beenvis. Hier put ik uit voor mijn verzen. Dit is het geheim van mijn genie.' Hij knipoogt.
- 'Heel doordacht, van Aartsen.' Ik geef de pocket aan hem terug. Hoofdpijn dreunt door mijn kop als een drilboor. Ik moet een sigaret. Ik klop op mijn zakken maar voel alleen mottenballen. Gelukkig komt de receptioniste me te hulp. Ze trekt een sigaret uit haar pakje Belinda, duwt hem tussen mijn lippen en steekt hem aan. Ze wil er zelf ook een opsteken, maar tikt eerst beleefd met haar nagel tegen het pakje, en houdt het aan van Aarsten voor. Die vist er nuffig een rokertje uit. Hij houdt zijn pocket voor zijn aansteker tegen een denkbeeldige wind. Het boek vat vlam. Van schrik laat van Aarsten 'Wie is wie in de Griekse Mythologie' op zijn met benzine doordrenkte soldatenkistjes vallen. Er klinkt een doffe klap, van de luchtverplaatsing, en binnen een fractie van een seconde is de man tegenover mij van top tot teen gehuld in oranje vlammen. Mijn wenkbrauwharen verschroeien door de plotselinge hitte. De receptioniste springt achteruit. Ik kijk met open mond toe hoe de mislukte dichter de show van zijn leven weggeeft, als menselijke fakkel. Krijsend als een speenvarken rent het Aarsmannetje rondjes over het dak, in een waaier van vlammen. Zijn schelle geschreuuw moet tot op de dom te horen zijn. Terwijl ik sta te twijfelen, of ik op hem moet duiken om het vuur de doven of niet, rent hij in volle vaart tegen de balustrade aan en kiepert eroverheen, het dak af. Beneden klinkt geroep en gegil.
De winkelende mensen uit de provincie beneden hebben niet zo'n heel leuk dagje, denk ik. Ik bijt op mijn lip tot het bloedt en ren naar de onderhoudsladder. In de lift bel ik de ambulance en de brandweer. En bel de brandweer weer af.
Beneden staat al een grote kring mensen om Van Aarstens nawalmende, zwartgeblakerde resten. Heeft hij toch een keer indruk gemaakt. De receptioniste komt met een branddeken aanlopen en bedekt het lichaam. Een politieauto stopt met gillende sirenes ernaast. De sirene en zwaailichten worden uitgezet, mijn collega's stappen uit en manen de mensen door te lopen. Dikke zwarte rook komt onder de deken vandaan. De geur van brandende benzine, gemengd met de stank van verschroeid haar en aangebrande barbecue brengt mijn ontbijt naar boven. Ik slik het weer terug. Kitty komt naast me staan en legt haar arm op mijn schouder. Ze heeft blosjes op haar wangen. Ik neem een laatste hijs van mijn sigaret en gooi hem weg. De hoofdpijn is echt hersensplijtend nu. Ik moet kotsen. Mijn handen trillen.
- 'Wat is er gebeurd?'
'Oh niets,' Ik mompel en kijk naar de grond. Kitty pakt me zachtjes bij mijn kin. Haar lichtblauwe ogen staan ongerust.
'Kijk me eens aan, Hans. Ik hoor niet wat je zegt zo.' Ik slik en trek een gezicht.
'Het was al opgelost Kitty. Ik had hem al zover dat hij gewoon mee liep. En toen gaven we hem een sigaret.' Ik slik een paar keer en zucht diep. Ik steun met mijn handen op mijn bovenbenen.
- 'Oh god. En hij had zich met benzine overgoten?' Ik kijk haar aan en knik langzaam. Ze schudt zachtjes haar hoofd, haar handpalm op haar lippen. Een lok melkboerblond haar glijdt achter haar oor vandaan.
'Daar gaat mijn 70%, Kitty.' Het trillen wordt erger. Steehouwer legt een slanke hand op mijn rug.
- 'Wil je niet even gaan zitten Hans?'
'En weet je wat Kit? Ik kende hem.'
- 'Hè?'
'Uit mijn studietijd. Het was echt een enorme eikel...'
De ambulancebroeders arriveren. De jongens met de fluorescerende hesjes kijken vloekend en hoofdschuddend onder de deken 'Jezus Christus wat een puinhoop, heeft er iemand een spatel?' Ik voel me ziek. Het brandende Aarsmannetje rent non-stop rondjes over mijn netvlies. Ik moet even gaan zitten, denk ik. Ik krijg bijna geen adem. Ik laat me zakken op een bankje maar sta meteen weer op. Ik wankel naar de broeders toe, om te kijken of ik kan helpen, en dan wordt alles zwart. Als ik bijkom lig ik zelf onder een deken. Ik kom onmiddelijk overeind maar Kitty buigt zich over me heen en duwt me terug. Ik zeg iets maar ik hoor niet wat. Het beeld wordt wazig. Streelt ze me nou door mijn haar of verbeeld ik me dat? Ik zink weg in een diep gat. Ik had die whisky echt niet moeten drinken.
door Grrrits
[ link ] 90 bijdragen
Vrijdag, 4 December 2009
Beenvis 4
Ik parkeer voor de deur, de receptioniste laat me binnen. Ze kijkt bezorgd.
- 'Die man is helemaal niet wijs, meneer. Hij heeft zichzelf met benzine overgoten en zegt dat-ie in de fik gaat als er iemand in de buurt komt!' We stappen de lift uit en ze gaat me voor naar de onderhoudsladder. Een gebroken hangslot en een hamer liggen op de vloer. Ze klimt achter me aan, met rammelende sleutelbos. Het is halftien 's morgens, maar de hitte op het teerdak is nu al drukkend. Een doordringende benzinelucht slaat op mijn keel en doet me hoesten. Een mager, langharig mannetje met een vlassig baardje staat in doorweekte legerkleren bij de dakrand, een paar meter bij me vandaan. Hij heeft een jerrycan benzine onder zijn arm geklemd en een aansteker in zijn hand. Zijn gezicht is beschilderd met camouflageverf. De verf loopt door, in lange strepen over zijn gezicht. Angstzweet? Benzine? Kalm blijven nu Beenvis. Rust en gezag uitstalen. Glimlachen. Hij kijkt verrast.
- 'Beenvis?'
- '...Van... Van Aartsen?'
Grote God. Het is van Aartsen. Of van Aarsten, zoals wij hem noemden. Het Aarsmannetje. Van mijn A-dagen groepje. God straft me voor gisteravond, dat is duidelijk. Deze jongen was al niet lekker in 1985 en hij is er duidelijk niet op vooruit gegaan. Anale fixatie? Hij heeft het uitgevonden. Wat een gierigaard. En hij droeg om de haverklap zelfgeschreven gedichten voor, die werkelijk te afschuwelijk waren om aan te horen. Na twee dagdelen hebben we hem uit ons groepje gezet. Of eigenlijk hem geloosd. Maar op de laatste dag van de introductie vond hij ons toch weer. Hij is nog een keer bij mij koffie wezen drinken. Ik kon geen nee zeggen toen. Na een met 'poezie' gelardeerde monoloog van ongeveer een uur wilde hij geld van me lenen. Ik kreeg nog twintig gulden van hem. Ik gaf hem nog één keer een tientje , maar daarna was ik altijd 'druk' als hij belde. Druk. Ik, als student letteren haha. Later zag ik zijn naam nog wel eens in het literaire studentencircuit opduiken, als rariteit. Hij zelf zag dat anders natuurlijk. Van Aarsten sjeesde en bleef zijn goddeloze baggerpoezie over onbereikbare prinsessen en hoge torens produceren. Realiseerde zich niet dat hij zelf een prinses was en dat die torens stonden voor zijn verlangen naar het mannelijk geslacht. Woonde een decennium op zijn studentenkamer. Dat weet ik omdat een vriendin van de dochter van mijn ex-vrouw bij hem in huis heeft gewoond. Toen hij zijn uitwerpselen begon op te sparen moest hij daar weg. Sindsdien woont hij ergens bij Groenekan, in een oud kippenhok. Geloof ik. Nou ja, hij heeft in ieder geval geen transseksuele overburen...
Van Aarsten zet zijn kippenborstje op en probeert me te imponeren, me te hypnotiseren met zijn rare oogjes. Werkt niet echt. Ik bestudeer zijn gezicht. Zelfs onder de verf kun je zien dat er iets raars mee is. De ogen staan te dicht bij elkaar. En met die haviksneus kan hij zo voor een gestoorde zoon van Allah doorgaan. Hij houdt zijn aansteker vast alsof het een handgranaat is. Zijn magere handje trilt.
'Zo! (stilte) Beenvis! Heb... Heb je het nog steeds druk?' Wat een loser. Mijn hoofdpijn komt weer woest opzetten.
- 'Ja! Zoals je ziet heb ik het nu druk met jou. Waar ben jij in godsnaam mee bezig, idioot?' Van Aartsen kijkt verbaasd en doet een stapje achteruit. Goed zo. Nog een schepje erbovenop. Bad Cop.
- 'Mij een beetje op mijn vrije dag lastigvallen? Waarom hen je niet gewoon met je broodrooster in bad gaan zitten man? Jezus kerel. Je was al lelijk maar nu zie je er echt totaal belachelijk uit. Met je dumpkleertjes. Get a life, man. Loser.' Hij kijkt verbouwereerd. Mooi. Doorgaan nu.
- 'Na al die jaren heb je nog steeds niet door wat een zielig stuk vreten je bent. Met je prinsessen en torens. Een toren in je aars, dat moet je. Snap dat nou eens! Nou? Zeg dan eens wat? Ja je eigen stront sparen, dat kun je wel., Viezerik. Kakkerlak met een baardje! Trouwens, ik krijg nog dertig gulden van je.' Ik hou mijn hand op. Hij wordt rood, onder de verf. Hij stottert:
'Jij, jij begrijpt helemaal niets van mij! Ik leef voor mijn kunst Beenvis! Niemand begrijpt dat. Mijn teksten zijn te fijnzinnig en doorwrocht voor jullie. Jaren heb ik in stilte gewerkt aan mijn poezie. Maar het is allemaal vriendjespolitiek in de uitgeverswereld. De echte kunstenaars komen er niet meer door! Door... door figuren als jij! Daarom moest het tot deze drastische actie komen, zodat de wereld eindelijk weer met echte kunst, met mijn werk, kennis kan maken. Jij, jij had me al jaren geleden kunnen helpen. (O God. da's waar ook. Ik heb ooit in de redactie gezeten van 'Spetterende Letteren.' Studentenblaadje...) Maar je hebt mijn werk altijd genegeerd!'
- 'Ja want het was slecht.'
- 'Het gore lef! Zeg dat nog eens?' Zijn ogen worden groot. Het puntje van zijn tong steekt uit zijn mond. Hij stampvoet en klikt met zijn aansteker. Een vlammetje verschijnt. De vloeistof in de jerrycan klotst vervaarlijk. Oeps. Andere tactiek...
- 'Goed, oké. Luister, misschien zat ik wel fout destijds, van Aartsen. Ik heb je al een tijd niet meer gelezen.Weet je wat? Draag hier ter plekke maar eens wat voor. Als je echt zo goed bent geworden als je zegt, kan ik misschien wel wat voor je doen.'
- 'Echt waar?' Er verschijnt een glimlach op het rare gezichtje. Ik glimlach terug. Good cop. Leugenaar.
Het kleine, benzinedampende kluizenaartje laat zijn aansteker uitgaan en zet de jerrycan neer. Hij gaat in voordrachtspose staan en zet een galmende stem op, tenminste, dat probeert hij.
Endymion
Zoals mijn Artemis tot mij in de wilde
Haar zinderende lied de ochtend in gilde
Met verstand van zaken die gaan
En komen, van mijn diepste bestaan
Weet zij niets. En alles! Ach! het is ongenaakbaar
En wee mij, zoals Naomi zuchtte, lopend aan de baar
Van haar dochter Orpha, vrouwelijk pendant van Orpheus
Die met zijn goddelijke harp Euridice uit Morpheus
Klauwen trachtte te redden, och de Goden altegader!
Oh red mij toch van deze barbaren mijn Vader!
Jezus schreeuwde dit uit, hangende aan zijn crucifix
En het zwerk was leeg, waterdamp, wolken, verder niks
Och mijn godin Artemis, waarom hebt gij mij verlaten
Mijn vijanden hebben het reeds in de gaten
Tussen hen die mijn gave haten
Sta ik hier gelaten.
Ik ben perplex. Van Aarsten heeft de afgelopen twintig jaar de complete wereldliteratuur doorgeworsteld, zo te horen, maar zijn verzen zijn zo mogelijk nog beroerder dan vroeger. En mijn hoofdpijn wordt steeds erger, door de benzine. Vol verwachting kijk hij me aan.
'En?'
door Grrrits
[ link ] 35 bijdragen
| |
Holle retoriek
"Zit je achter het meest nieuwe en hipste technologische apparaat van deze eeuw, kom je op een stukje internet over columns schrijven. En dat is nu exact wat ik zocht! Soms zoek je iets, en kan je het niet vinden. Maar nu wel! Ik zoek iets om mijn Nederlandse woordenschat in te verwerken. En dan zoek je, en zoek je, en dan VIND je!
Soms zoek je iets anders. En dan vind je het niet. Mannen, of vrouwen, pennen, papier, boeken, bekers of boodschappen, je vind het soms niet.
Maar nu heb ik het gevonden!
Groetjes Lieke"
(Lieke, Zelf een column schrijven)
"Daarom is bicat een lichtje, een vuurtoren voor de verloren lopende dolenden.
Want dat er velen op de dool. Een gevolg van zich onbestemd, zonder nuttig doel, afgevlakt en weinig bijzonder voelen maar misschien nog meer eengevolg van het vluchten voor deze zelfrealisatie, deze pijn van een ziel zonder importantie niet te hoeven voelen. En daar compensatie middelen voor zoeken en aangboden krijgen. Drugs, sex met dieren, sex met kinderen die geen leeftijd meer nodig schijnen te hebben, autorijden, schoeisel, weblogs, gangbangs, sport, wat al niet. Als het maar lijkt dat je vooral bezig bent. Al is het nietszeggend en immoreel, al is het bellenblazen met je mond dicht of een kraak zetten en minister zijn.
En dan is er bicat..aus blaue hinein zu uns gezogen, zonder eigenaren of aandeelhouders die stakingen uitlokken, zonder stompzinnig geleuter, nee, de magie van de fantasie, de fictie en de nederlandse taal aan de macht.
Een baken van troost, een zwoele geur vlak voor het slapen gaan, een enorme uitzinnige stapel draadjesvlees met dampende jus, een romance achter het frietkot, scooters en mobieltjes, vogels die hun eigen lied zingen, de eigen partituur kennen en geen regisseur of dirigent nodig hebben, de horror en thrill. Dat wat onbewust en ondergronds en ook van het leven zelf is. En niet wordt voorgeschreven door de krant, de tv, radio, politiek, banken en verzekeraars, speculanten die denken met 'de echte waarheid' om te gaan. Nee, ik ben geen echt schrijver maar wel groot fan van het schaarse bicat talent."
(Peter Novecento, Haagsche Post)
"Schuimbekkend van woede las ik de met een danige onverschilligheid
geschreven colums betreffend de holocaust en Auschwitz. De flarden teksten
vol schrijffouten en loze beweringen, getuigen van weinig historisch besef
maar vooral een respectloze attitude jegens miljoenen slachtoffers. Vandaar
mijn bijdrage met het verzoek de richtlijnen als opgesteld in de bijlage te
respecteren en in acht te nemen.
vr groet
dhr. Papen"
(Daniël Papen, via email)
"Diep geroerd, met geknepen stembanden, omvloerste oogleden, brandend maagzuur en kloppende roede (het is tenslotte 5
december) mocht ik uw fraaie stuk proza over mijn getroebleerde netvlies laten glijden...
De woorden vertalen zich moeiteloos in zielsetsende beelden.
Dank!"
(bromde Zielknijper, 5 december 2005)
"Geachte heer,
Mag ik u verzoeken het plaatje van de te jonge dame van uw site te verwijderen. Er zijn namelijk nog al wat mensen die dit niet lollig vinden. Diverse klaag e-mails over gehad. Mag ik u er op attenderen dat het hier om Kinderporno gaat en de wetgever daar meer dan 4 jaar gevangenisstraf op heeft gezet. Ik ga ervan uit dat het om een misvertstand gaat, als moderator.
Met vriendelijke groet.
Sociale Jeugd- en Zedenpolitie te Amsterdam
Commerciele zaken
020-5592585"
(i030142@planet.nl, 14 december 2004)
"Schitterend verwoord dat artikel over Clarence. Liep jaren met een missie, aan de voetballiefhebbers (niet de kenners) proberen uit te leggen dat Abe en Piet beter zijn dan het orakel uit betondorp. Was onbegonnen werk. Het klootjesvolk adoreert Ellen van Langen, Geesink en Rieu, en vinden mevrouw Blankers, Ruska en Roby lakatos maar niks, ze weten waarschijnlijk niet eens wie het zijn. Toen Keizer stopte heb ik jaren niet meer gekeken. Toen zag ik die Fin en een paar jaren later een Surinamer met een Nederlands paspoort (Had die Fin er ook maar een gehad). Ja en dan begint het heilige vuur weer te branden. Deze twee zijn tactisch en technisch het beste wat er op Nederlandse velden heeft rondgelopen (wat ik in mijn leven heb gezien). Keizer had niks met voetbal te maken, dat was ballet,kunst, en soms als het niet belangrijk was helemaal niks .En Abe ken ik van wat beelden, maar als je naar de verhalen over hem luistert hoef je de verteller maar in de ogen te kijken en herken je meteen de kenners uit die tijd."
(via mail, 23 oktober 2005)
"pedante snikkels, komen kut te kort. Webloggen is niet voor mietjes maar ook niet voor stoere geile binken, webloggen is namelijk een fenomeen, een spookbeeld voor blinden die zich vergapen aan de wijde wereld van het internet om zichzelf te ontmoeten, een monologue interieur te voeren en dan de echo terughoren, het internet dat een wonder is wat een dom irrationeel fenomeen is. Echt iets voor pedante snikkels en kale kutten die niet neuken maar wel in elkaars nek willen hijgen en tijd teveel hebben. Ik zou er helemaal niet aan beginnen en beroemd en rijk ben ik al, zegt het liefje. Ik heb de grootste en zij heeft de lekkerste en we verdoen de tijd liever in elkaar verstrengeld dan te vergooien op zo’n vervuilde weblogmarkt. Mot je alweer email beantwoorden enzo, in je vrije tijd, be je gek. Opzoute, stik dur maar in, Goossens, kijk maar uit dat ze niet vreemdgaan terwijl jij al die poen verdient, sneue wolf, ouwe rukker, voordat je het in de gaten hebt sta je een verschrikkelijk stinkend goedje op je scrotum te smeren terwijl je staat te huilen omdat je zo belazerd bent terwijl je het alleen maar goed bedoeld, voor ons allebei schatje, weetje, heerlijk met vakantie strax, saampjes, maar vanavond moet ik werken snappie, centjes verdienen mot pappie, kijk niet zo beteuterd, je wilt helemal niet naar de Lidl, je wilt daar nooit gezien worden zei je, nou dan. Nou tot strax dan, he ?"
(nove, 12 oktober 2005)
"Bicat.net, dat is toch die achterlijke webstek voor rukkende, boerende en altijd bezopen kerels? Dat zielige pathetische zooitje ongeregeldheden dat uitgebraakte hersenkwak probeert te verkopen als prozadrek? Natte winden, dikke drollen, kleverige onduidelijkheden? Slurptrekkende draaigorgels,
voorhuidjogging avant la lettre en berensgrote buikglijers?"
(Jeremias Schubbenrug, in Nova, 4 oktober 2005)
Reageerziekte
"Op een vrolijke dag toen ik aan mijn, voor al 11 jaar, allerbeste vriendin de liefde heb verklaard en binnen luttele seconden de meest euforische gevoelens door mijn ziel heen flitsten typte een verslag van school begon k te typen en dit kwam tevoorschijn op het samengeperste hoopje uitwerpselen wat ik beschouw als mijn laptop, want zoals velen het niet slecht zou doen als zij dit beseften is bezit enkel een illusie.
Conclusie & nawoord
Niet alleen symbolen hebben invloed op ons doen en denken, de manier waarop ieder mens zichzelf ziet en andere zegt meer over die persoon dan over anderen. Elk mens gaat zijn eigen weg, en het is jammer dat er uit commerciële geldzucht zoveel miscommunicatie ontstaat tussen mensen. Welk mens is beter, het mens dat genadeloos elke, in zijn ogen misdadiger, ritueel vermoord, of die mens die de opdracht geeft om onbewuste signalen stuurt via reclamespotjes en zo het materialisme hoger prijst dan het gevoel om bewust van jezelf en je daden te zijn? Draait het dan uiteindelijk allemaal om geld?
De een vermoord mensen die hun hele leven anderen pijn doen, en de ander roept het gevoel op dat er niets beter is dan nike schoenen in combinatie met een stoere jack met een bontkraag, dat gedoe met die bontkragen id volgens mijn theorie gebaseerd op het paringsgedrag van leeuwen, hoe groter en mooier de manen, des te meer aanzien ze hebben en kans op leiderschap en hoe meer kans ze hebben dat hun genen worden doorgegeven ;).
Door niet te realiseren waar je mee bezig bent, of niet wie, maar wát je eigenlijk bent, ontstaat er miscommunicatie en disharmonie in de maatschappij. Opgaan in de massa kan leiden tot afgunst en afkeer van het geloof in jezelf en in anderen.
En ik wens hierbij balkenende en zijn hele tweede kamer heel veel succes met het oplossen van de “problemen” hier in Nederland, want zo schieten we geen reet op.
Oja, en een gelukkig Nieuwjaar!
Zondag 7 januari 2007, Frank Hooijer"
(Frank Hooijer, 7 Januari 2007)
"Ik had het allemaal al wel eens meegemaakt en niets was mij te dol geweest: eonisme, vice anglais, flaggelatie, ja zelfs koprofagie. Ik was dan ook met graagte ingegaan op de omineus-priapische woorden en lubrieke blikken die "Ellen" tijdens ons gezamelijk consumeren eerder die avond op mij had gericht. Toen we, media nox, eenmaal in haar slaapkamer waren aangekomen, gaf zij steeds minder blijk van doorgaans aan haar toegeschreven mesquinerie. Integendeel,loodzwaar en onvermijdelijk hing het veile sneukelen in de lucht. Binnen no time was de vloer dan ook bezaaid met exuvieën en toonde zij mij haar zinnenprikkelende Junonische leest. Na intiem pidjetten en enige orogenitale schermutselingen (waarbij brod noch javelijn werd ontzien),sloegen wij serieus aan het procreëren. Cunnus en Curacaoënaar leken
welhaast voor elkaar geschapen. Hoewel haar defloratie al enige tijd terug had plaatsgevonden, pandoerden wij als nooit tevoren, daarmee verschillende tenesmen bewerkstelligend. Het is maar goed dat haar echtgenoot van deze sluikmin nooit wat heeft gemerkt..."
(TiTo, mei 2006)
"Schrijf eens over vrouwen en hun plek of plaats in de allesverterende zakenoorlogen.
Want als er stereotype mannen met diep verborgen schaamtegevoelens over hun potentie problemen en erectiestoornis (taboe naturlijk) dan is dat manifest in hun 'vlucht vooruit' in de freudiaanse wapencultuur. Elke geweerloop, elke zwaardere tank is een gestileerd erectiel apparaat vol dodelijke munitie opgepomnt met miljoenen kogels in een spurt naar het doel wat als lustsymboliek een 'lilith' in een duizelige extase zou moeten brengen want zo 'is de kracht van het leger'. Stoere mannen die eerst de vrouwen opgeilen, dan met hun duwtje in de rug erop los gaan om 'de vijand te onthoofden'. Ik als watje moet altijd vreselijk lachen om die serieuze gezichten die de mannen politici en militairen bij hun gepiep, gezeur en gezeik en hun broodnodige verklaringen trekken.
U, als warmbloedige heterovrouw zal zich wezenloos kunnen uitleven 'tussen de hitsige Jantjes'.
Ik stel voor dat u zich een voorstelling maakt over de gang van zaken in de nachten op zo'n nomadenkamp met satellietvererbindingen in de maanloze nachten van de nieuwe woestijnen die worden ontgonnen, namens u en mij, natuurlijk, vanzelf, juist, nee, uiteraard.
Het mag ook wel een andere uiterst vervelende erectiestoornis gaan, de ejaculatie praecox.
Dat gaat dan vast over de linkse oppositie, denk ik dan, kunt u het fijn neutraal houden.
U bent toch op alle kaasmarkten thuis, hard op weg om zich te bekwamen in een genre waar sex met hoofdletters geschreven moet worden. Vooral de sex benadrukken, Lilith. Veel gore geile, harde, wrede sexscenes, met blinddoeken, kidnap, politiehandboeien, touwen en katrollen, gedwongen masturbatie tussen mannen, tussen vrouwen, scarring en kaalscheren en tot huilens toe dat gepomp met dildo's en dat monotone gezoem van vibratoren sfeervol brengen. Vooral geluiden en kleuren beschrijven, daar ben ik gek op."
(Peter Novecento)
"Is er iemand in de zaal die nog wil doneren aan een zielige arme homosexueuele neger met een onbeschrijflijke ziekte zwaargelovig te dom om te leren of te schijten die bovendien een oog mist en denkt dat de duivel soep in een blik stopt want hoe komt het er anders in en tegelijkertijd vreselijk gebukt gaat onder de laatste Tsunami of de vrees daarvoor want zijn geitenoog gaf vanmorgen onheil aan? Of anderszins zijn hypocriete tot op het bot zwarte geweten schoon wil kopen voor een luchtig schijntje of nóg liever zichzelf onsterfelijk wil maken over het lijk van een ander? Nee? Eénmaal? Andermaal? OK, dan ben ik ook pleite en met Marnix mee naar dat gruwelijk dure restaurant. Bovendien is het al na zessen en sta ik in de baas z'n tijd de wereld te redden en zo heb de cao dat nooit bedoeld. Howdoe en de mazzel. "
(Hein Buffelruft, 28 dec 2005)
"De liefde is groots, ze breekt zonder haar gebit te gebruiken door elke granieten kop heen, verzwakt de wil en maakt elke stoere kerel tot een week omhulsel, een schaduw van zichzelf, een brabbelend luierkind, elke vent verandert van binnenuit en geweldloos door haar rijke zegeningen. Je krijgt een rijpe korstkaas als huid en een hart van vloeibaar goud. Verpletterend is ze en zij, de liefde, de warme zomerse, niet de winterharde en verbitterde tak dus, zit nog steeds vol met geheimen waar niemand de sleutel van kan vinden. Mysterieus is ze, als de ondergrondse geheimzinnige dictatuur van wereldwijde, alomvattende bekabeling waarlangs dagelijks kilometers gecodeerde data tussen de continenten flitsen. De liefde is een tectonishe plaat die schuurt en krast en gangen boort voor lavastromen van vleselijkheid en voedzame sappen die op geen enkele dieet mag ontbreken. Daarom is ze schaars.
Tot slot..we heben allemaal een gat van onderen, onthou dat. "
(Nove, relatietherapeut, 3 dec 2005)
"Thanks!
Voor de eerlijke en ijskoude bieren vooraf om de ergste dorst te lessen na een lange en vermoeiende reis. En de Champage daarna in gelukkig niet van die zuinige hoeveelheden maar gewoon ruim bemeten pullen.
Dank ook voor de wonderschone oester die in zijn natuurlijke habitat beschermd en koel lag te wezen toegedekt met een warme dekentje bosui-liefde en een tikje Tabasco-ondeugd onder die deken.
Dank voor de kleinste en schattigste St. Jacobsoesters die ik proefde in Balsamicostroop. Eerbied voor de kort aangebrade en met ontbijtkoek gestoofde kwartel. Ik proefde een tint Orange Marmalade hoewel je zei dat het er niet in zat. Ik hou het erop dat de chefkok zijn geheimen heeft en, hoe hooggeëerd zijn publiek ook mag zijn, ál zijn details zullen ze nooit te horen krijgen.
Met liefde deed ik mijn sommeliertaken en het ‘kut-sommelier’ omdat ik de glazen niet tot de nok vulde, neem ik op de koop toe.
Onder de indruk was ik van je tzatziki met shrimp en rode grapefruit. Zoet en zuur zoals Bitter & Sweet zoals het leven zelf zoals harmonie zo mooi kan zijn.
Ook onder de indruk was ik van je zeewolf met tomatenchutney. Een rode knipoog op een licht in de boter aangezet visje zoals de boter bij de vis behoort te zijn.
Je bewees jezelf door met het produkt mee te koken en de zeeduivel vochtig te houden en over te laten lopen in het bedje van zuurkool omrand door koele en volle crême fraiche en slechts gestopt door mosterd. Het zal mijn gebrek aan woordenschat zijn geweest deze poëtische beleving van samenstelling aan mijn disgenoot heer Visser uit te leggen, aan de wijn waarin het beestje zwom heeft het niet gelegen.
Emotioneel werd ik bij het aangezicht van mijn vrouw in jouw open keuken, verliefd op de chefkok die zijn konijntje aan de haak had geslagen. Uit het konijnengezin weggetrokken, de zuigelingen achtergelaten en deskundig ontdaan van fluffy flaporen en prachtig gevild en daarna één minuutje aangebraden in de volle boter. Ach, je zei het nog, ‘nog even in de oven en gekeken hoe lang’ in antwoord op de vraag hóe lang dan, zoals Sebastiaan Bach ook vindt dat de piano zichzelf speelt. U zij geprezen met bijzondere gaven, maar het zal mijn eenvoudige ziel zijn die het zo ziet.
De ingekookte fond een tikje gezoet nog niet eens meegerekend evenals de witte bonen-truffelpuree en rode kool met vijgen die in een restaurant van naam de kaart had kunnen aanvoeren.
Jammer dat je er niet bij was met de kaas. Het zal de tol van de roem zijn geweest of de spanning van het koken op zulk een hoog nivo. Het siert de man die ook gewoon maar een mens van Vleesch & Bloed is gebleven. Het was uit de kunst hoe wij genoten van een walnoot uit Frankrijk gekraakt op de wals van braakgeluiden die wij van boven hoorden komen. Waarschijnlijk was je druk doende in de homard-naire.
Het dessert ben ik kwijt evenals het betoog dat ik hield, maar dat was ik toen al kwijt. Het betoog hou je van mij tegoed. Ik zal het je vertellen als ik de liefde verklaar aan mijn vrouw zoals jij gisteren de keuken in het algemeen en ons in het bijzonder de liefde verklaarde. "
(Kiers de Maison, 27 november 2005)
"Ach, heer bicat, nu we het over eten en drinken hebben. Ik kan u te allen tijde aanraden, maar toch vooral in de herfst, van de ganzenlever te proeven. Zoekt u daarbij een zo eenvoudig mogelijk bewerkte ganzenlever, dus geen paté, niets met geconfijte uien of anderszins toevoegingen.
U wilt ganzenlever proeven die met de hand is schoongemaakt door een oud boerenvrouwtje die hooguit peper, zout en wat cognac toevoegde en daarna op 70 graden in de oven met de deur op een kier de lever zachtjes liet warm worden. Niet smelten, want dan scheidt het vet van de lever en bent u uw produkt kwijt. Nee, u wilt de lever verwarmen zodat lever, peprer, zout en cognac een geheel gaan vormen. Dat wat u wilt proeven is de waarheid en niets anders dan de waarheid.
Slaat u overigens wel in grote hoeveelheden in, niets zo erg als aan het einde te moeten constateren dat u nog wel wat had gelust. Nee, met veel dingen is het zo dat we nèt even meer moeten eten dan ons lief is. Nèt dat decadente punt van overdaad aantikken.
Schenkt u daarbij een Gewürztraminer en bij voorkeur hoe ouder hoe beter en liever nog een Grand Cru dan een gewone. Maar als u dan toch uit wilt pakken dan komt u niet heen om de Tokay Pinot Gris.
Daarbij geserveerd met warm en geroosterd brioche brood."
(Harrie Stamper, 23 oktober 2005)
"Of die klassieke Suske & Wiske (het was nummer 78 als ik het goed heb): De Kakkende Kakkerlakken, die aflevering waarin Tante Sidonia in haar keuken te maken heeft met een steeds groter wordende populatie kakkerlakken, die voortdurend alles onderschijten, niet in de laatste plaats de biefstuk met friet die Tante speciaal voor Lambik had gebakken, tot grote woede van onze favoriete zeshaarder, die gelijk een spuitbus pakt en erop los begint te spuiten, dit tot groot enthousiasme van zowel Suske als Wiske, die duchtig beginnen mee te spuiten (we hebben het hier duidelijk over de periode waarin Suske en Wiske nog net zo milieubewust waren als George W. Bush die zijn privejet vanuit Kyoto liet terugvliegen naar zijn range in Texas omdat ie z'n favoriete cowboy-hoed was vergeten), maar in de spuitbus van Lambik blijkt een goedje te zitten dat er voor zorgt dat de kakkerlakken de volgende dag het formaat van een jong paard hebben (professor Barabas had een lege spuitbus gebruikt om zijn nieuwe groei-middel te testen en vergeetachtig als hij was, had hij het bij Tanta Sidonia laten liggen, puur uit teleustelling, want ook na gebruik van het groeimiddel had Tante Sidonia de professor uitgelachen toen hij zijn broek naar beneden deed), afijn, nu de kakkerlakken gegroeid zijn, schijten ze nog harder met als gevolg dat tante Sidonia, Lambik, Suske en Wiske hun huis worden uitgescheten, waarna ze Jerommeke erbij halen, wiens enige bijdrage een ENORME scheet is, gelukkig komt professor Barabas eraan met een grote smile op z'n mombakkes en een nog grotere bobbel in de broek die, zo zal even later blijken, amper in staat is de steeds groter wordende penis van Barabas te verhullen met als gevolg dat Tante Sidonia, gek van geilheid, zich op professor Barabas stort die vrijwel onmiddellijk klaarkomt en bovenop een van de reuzekakkerlakken kwakt die dan weer vrijwel onmiddelijk in elkaar krimpt en in het niets oplost, waarna ook Lambik en Suske en Jerommeke hun apparaat bewerken met het groeimiddel, zodat ze de volgende dag, onder de stimulerende leiding van Tante Sidonia en Wiske, de kakkerlakken dood masturberen. Knipoog Wiske. Einde."
(Max J. Molovich, 23 Augustus 2005)
"De vergelijking ‘vleesetend’ en ‘vrouw’ is een natte wensdroom. Het is veelbetekende symboliek dat er aan vegetarische mutaties man/vrouw/ hermafrodiet wordt gewerkt door de wetenschappelijke elite. Weten zij soms meer? Staat ons Armageddon te wachten ? De finale segregratie, het schisma van de sexen en de ondergang van hun zondige sexueel verkeer als geheime wapen om de wereldbevolking eindelijk zonder oorlogen te kunnen reguleren ? Reincarneren in een plantaardig bestaan in een potje aarde van robotformaties die miljoenen grijze racks van vruchtdragende en geurige planten produceren onder uiterst secure en berekende condities , zonder vrij zon of maanlicht, zonder zicht of gehoor, zonder tastzin, zonder geluid van wind en zee."
(nove, 6 Juni 2005) Zelfbeschouwing
"Een man van middelbare leeftijd, beet je te dik, beetje te morsig. Baardje of sik wellicht. En witte schilfertjes sieren zijn gelaat. Hij rookt en hij drinkt, maar in tegenstelling tot wat hij ons graag wil doen geloven, niet teveel. Hij is een ambtenaar, schaaltje 9. verder een liefhebbende vader die zijn frustratie over het uitblijvende en waarschijnlijk nooit meer komende grootse leven heeft verruild voor een soort van komisch cynisme. Hij neemt het niemand kwalijk behalve misschien soms zichzelf, maar dan alleen na een Westmalle Tripel te veel. Hartstochtelijk supporter van NAC of een andere club ten zuiden van de grote rivieren, want dat hij een Brabander is moet haast wel. Zo stel ik mij Kiers voor, maar wellicht is het wel gewoon die homofiele Indo die bij Serudang de lege borden ophaalt..who knows.."
(Andy Möller, Gelsenkirchen)
"Het is vast een meteroloog, een weermenneke met een gesmoorde sexualiteit, eentje met een enorm taboe. Een vrijgezelle biologieleraar met verlatingsangst kan ook. Zo'n eenzaam type die nog steeds bij zijn moeder woont en al jaren lesgeeft in het basisonderwijs. Zo'n anonieme 13 inhetdozijnman die spaarzaam leeft, de piepers schilt en de afwas doet, zo eentje die op de middagwandeling met het hondje van moeders vanachter de krant bij een speeltuin of in het park naar stoeiende of voetballende jochies kijkt en de pijn verzwijgt. Een masochist die het taboe koestert.
Zo'n kleffe smeerlap van een potentiele serieverkrachter met banden in een hechte kerkgemeenschap waarop moeders zo trots is omdat hij naast het lesgeven ook nog als hobby het locale knapenkoor dirigeert. Zo eentje die maar beter melancholieke verhaaltjes moet blijven schrijven.
"
(Nove, 22/11/2005)
"Ach ja, leuk, schrijvers.
Beetje zo in je donkere hol aan de wereld knagen. Puur verongelijkt verdedigen van een door mede niet-aanwezigen geschapen superieure schertswereld. Lurken aan je pijp. Pijpen aan je lurk. Woorden in langgerekte nadenkzinnen omzetten. Protserige taalvlekjes. Huilerige holheden. Fletse vondsten. Massieve monomane monsters. Een zielige berg toevoegingen aan de duistere put die al veel te lang overstroomt door de gemankeerde bijdragen van nerveus krabbelende geesten met een ongepast gevoel van eeuwigheid.
Die sfeer.
Geef mij maar parkeerwachten.
"
(Marnix, 21/11/2005)
|
|
|